BW - Boek III. - Titel V. - Huwelijksvermogensstelsels - Hoofdstuk II. - Wettelijk stelsel

Afdeling I: Vermogens en wederbelegging : Baten van de eigen vermogens - Wederbelegging - Baten van het gemeenschappelijk vermogenLasten van de eigen vermogens en van het gemeenschappelijk vermogen.

Wederbelegging

 Art. 1402. Wederbelegging wordt geacht te zijn gedaan ten aanzien van een der echtgenoten, wanneer deze bij de aankoop van een onroerend goed verklaard heeft dat de aankoop geschiedt om hem tot wederbelegging te dienen en voor meer dan de helft betaald is uit de opbrengst van de vervreemding van een eigen onroerend goed of
  uit gelden waarvan het eigen karakter behoorlijk is aangetoond.

  Art. 1403. De echtgenoot die een onroerend goed verkrijgt door middel van gemeenschappelijke gelden, kan in de akte een verklaring van vervroegde wederbelegging doen. Voor zover de echtgenoot binnen twee jaar na de datum van de akte meer dan de helft terugbetaalt van het bedrag dat uit het gemeenschappelijk vermogen is opgenomen, wordt het verkregene een eigen goed te rekenen van de terugbetaling.

  Art. 1404. Wederbelegging wordt geacht te zijn gedaan ten aanzien van een echtgenoot, wanneer komt vast te staan dat de verkrijging van roerende goederen betaald is uit gelden of uit de opbrengst van de vervreemding van andere goederen waarvan het karakter van eigen goed is aangetoond overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande artikelen.