Echtgenoten kunnen in onderling akkkoord het erfrecht krachtens huwelijk beperken

Zij kunnen dit doen in het huwelijkcontract of mits een procedure achteraf. Het moet wel steeds in onderlinge overeenkomst zijn dat deze beperkingen worden opgelegd.

Alleen voor echtgenoten die reeds afstammelingen hebben uit een vorige relatie staat deze mogelijkheid open.

Deze mogelijkheid werd in de wetgeving ingevoerd in 2003, omdat er een parlementair was die op hogere leeftijd wilde herhuwen, maar zich beperkt zag om het erfrecht van zijn nieuwe echtgenote te beperken ten voordelen van zijn eigen kinderen uit een voorgaand huwelijk.

Maar ook in die mogelijkheid wordt de beperking aangaande de gezinswoning aangehouden. Alleen voor andere eigendommen dan de gezinswoning kan men overeenkomen met zijn bruid dat er niets van haar zal zijn na uw overlijden. Interssant voor zeer vermogende mensen, al moeten die nu wel allemaal op zoek gaan naar partners met kinderen uit een vorige relatie ofwel zelf eerst het een en het ander verwekken om vervolgens zijn geluk elders te zoeken.

"De echtgenoten mogen niet afwijken van de regels die hun wederzijdse rechten en verplichtingen bepalen, noch van de regels betreffende het ouderlijk gezag en de voogdij noch van de regels die de wettelijke orde van de erfopvolging bepalen.
(De echtgenoten kunnen bij huwelijkscontract of bij wijzigingsakte, wanneer op dat tijdstip een van hen één of meer afstammelingen heeft die voortkomen uit een andere relatie van voor hun huwelijk of die geadopteerd werden voor hun huwelijk, of afstammelingen van de geadopteerden, geheel of ten dele, zelfs zonder wederkerigheid, een regeling treffen over de rechten die de ene in de nalatenschap van de andere kan uitoefenen. Deze regeling doet geen afbreuk aan het recht van de ene, om bij testament of bij akte onder de levenden te beschikken ten gunste van de andere en kan in geen geval aan de langstlevende het recht van vruchtgebruik ontnemen van het onroerend goed dat bij het openvallen van de nalatenschap van de eerststervende het gezin tot voornaamste woning diende en van het daarin aanwezige huisraad, volgens de voorwaarden bepaald in artikel 915bis, §§ 2 tot 4.)"
Bron: artikel 1388 Burgerlijk wetboek zoals gewijzigd ingevolge de wet van 14 juli 1976 wat betreft het eerste lid en de wet van 22 april 2003 wat betreft het tweede lid1 dat Inwerking is getreden op 1 juni 2003.