law - marriage - international - 2004 - Belgie

Heden,
    TWEEDUIZEND EN VIER
    Voor mij,         , notaris ter standplaats
        Te
        Zijn verschenen:
        De Heer
, geboren te ...(Nederland) op
, nationaal nummer
 houder van een Verblijfskaart van een Onderdaan van een Lid-staat der E.E.G. N.Z.B.
van Nederlandse nationaliteit, en zijn echtgenote Mevrouw
gepensioneerde, geboren te ...(Nederland)
van Belgische en Nederlandse nationaliteit, houdster van identiteitskaart nummer
nationaal nummer
samenwonende te
        De comparanten verklaren dat zij gehuwd zijn te ...(Nederland) op 
 volgens het Nederlands stelsel van gemeenschap van vruchten en inkomsten blijkens huwelijkscontract opgemaakt voor notaris
te ... (Nederland) op          niet gewijzigd sedertdien, zo verklaard.
        De comparanten verklaren sedert .... negentienhonderd zevenenzeventig op onafgebroken wijze hun gemeenschappelijke domicilie, woon- en verblijfplaats te hebben op hun boververmeld adres te 
        Comparanten wensen gebruik te maken van de mogelijkheid die hen geboden wordt krachtens artikel 49, tweede paragraaf, 2°  van het Belgisch Wetboek van Internationaal Privaatrecht (Wet van zestien juli tweeduizend en vier, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van zevenentwintig juli tweeduizend en vier) om hun huwelijksvermogensrecht te onderwerpen aan het intern Belgisch recht en dus een rechtskeuze te doen voor het Belgische intern recht welke keuze zich uitstrekt over het geheel van hun goederen.
        Comparanten wensen dat deze wijziging en onderwerping van hun huwelijksvermogensstelsel aan het Belgische recht niet enkel werkt voor de toekomst, maar tevens zou gelden met retroactieve werking en zij verklaren te weten dat deze retroactieve rechtskeuze mogelijk is op voorwaarde dat de rechten van derden hierdoor niet worden geschaad (artikel 50, derde paragraaf van het Belgisch Wetboek van International Privaatrecht).
        Comparanten verklaren te weten dat als gevolg van deze verklaring alle goederen onderworpen zijn aan het Belgisch huwelijksvermogensrecht, met inbegrip van alle goederen die zij voorheen zouden hebben verkregen.
        Comparanten hebben overeenkomstig artikel 1394 van het Burgerlijk Wetboek vooraf een beschrijving van alle roerende en onroerende goederen en van hun schulden laten opmaken bij akte verleden voor de werkende notaris op heden, voorafgaandelijk dezer. Comparanten hebben tevens bij afzonderlijke akte verleden voor de werkende notaris op heden, voorafgaandelijk dezer, hun wederzijdse rechten geregeld en hun vorig Nederlands stelsel vereffend en verdeeld.
        Comparanten verklaren de tussen hen beiden aangegane huwelijksvoorwaarden blijkens voormelde akte van notaris ... te ... (Nederland)op
integraal te schrappen en te vervangen door de navolgende tekst die de modaliteiten bepaalt van hun huwelijksvermogensstelsel naar Belgisch recht:       
        ARTIKEL EEN – WETTELIJK STELSEL DER GEMEENSCHAP.
        De echtgenoten verklaren het wettelijk stelsel aan te nemen, behoudens de hierna bepaalde modaliteiten.
        Het gemeenschappelijk vermogen is samengesteld uit de inkomsten der echtgenoten, hun besparingen en de aanwinsten door de echtgenoten samen of alleen verworven, evenals uit alle goederen waarvan niet bewezen is dat zij eigen zijn.
        Zullen eigen blijven aan iedere echtgenoot:
        - de goederen waarvan hij eigenaar wordt door erfenis, schenking of een gelijkaardige titel;
        - de goederen die aan hem toebehoren op datum van het huwelijk, behoudens de eventueel hierna bepaalde inbrengen.
        Iedere echtgenoot is alleen gehouden tot zijn eigen schulden onder de voorwaarden die de Belgische wet bepaalt.
        ARTIKEL TWEE - UIT HET GEMEENSCHAPPELIJK VERMOGEN GESLOTEN GOEDEREN
        Zijn ook uit het gemeenschappelijk vermogen gesloten, ongeacht het tijdstip van verkrijging:
        - de klederen en voorwerpen voor persoonlijk gebruik van de een of de andere echtgenoot;
        - de voorwerpen die dienen tot de uitoefening van zijn beroep;
        - de andere goederen en rechten omschreven in artikels 1400 en 1401 van het Belgisch Burgerlijk Wetboek.
        ARTIKEL DRIE - LASTEN VAN HET HUWELIJK
        Iedere echtgenoot draagt bij in de lasten van het huwelijk volgens zijn vermogen.
        De echtgenoten worden geacht van dag tot dag hun deel te hebben bijgedragen, zonder hierover kwijting te moeten leveren.
        ARTIKEL VIER - BEWIJSREGELS
        Het bewijs van eigendom der roerende goederen kan worden geleverd overeenkomstig artikel 1399 van het Burgerlijk Wetboek.
        Tussen echtgenoten mag het bewijs worden geleverd door ieder rechtsmiddel, inbegrepen getuigen, vermoedens en zelfs algemene bekendheid.
        Ten aanzien van derden moet het eigendomsrecht van iedere echtgenoot op een goed dat niet van persoonlijke aard is, bewezen worden, hetzij door boedelbeschrijving, hetzij door een bezit dat voldoet aan de voorwaarden van artikel tweeduizend tweehonderd negenentwintig van het Belgisch Burgerlijk Wetboek, en bij ontstentenis hiervan door titels met vaste datum, door bescheiden die van een openbare dienst uitgaan of door vermeldingen in registers, bescheiden of borderellen die de wet oplegt of die door het gebruik bekrachtigd zijn, en regelmatig opgesteld en bijgehouden werden.
        ARTIKEL VIJF - WEDERBELEGGING
        Ieder echtgenoot kan op elk ogenblik, mits de vormvoorschriften door de wet voorzien te volgen, belegging of wederbelegging doen van eigen sommen en waarden.
         De wederbelegging of belegging kan door ieder echtgenoot op elk ogenblik worden geëist zodra het gemeenschappelijk vermogen werd verrijkt bij middel van eigen waarden.
        ARTIKEL ZES - VERDELING VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK VERMOGEN
        Indien het huwelijksstelsel ontbonden wordt door een andere reden dan het overlijden van één van beide echtgenoten, wordt het gemeenschappelijk vermogen in volle eigendom in twee gelijke delen verdeeld.
        Mochten beide echtgenoten overlijden door eenzelfde gebeurtenis, dan wordt het gemeenschappelijk vermogen verdeeld in twee gelijke helften.
        Bij ontbinding van het stelsel bij overlijden van één der echtgenoten, dan wordt het gemeenschappelijk vermogen als volgt verdeeld:
a)de langstle­vende onder hen heeft ten titel van huwelijksovereenkomst overeenkomstig artikel 1457 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, vóór de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen, het recht om vooraf te nemen naar vrije keuze één of meerdere van de onroerende goederen en/of het geheel of een deel van de roerende goederen, lichamelijke of onlichamelijke.
b)de langstle­vende onder hen heeft ten titel van huwelijksovereenkomst het recht van overname op schatting van alle of van een deel der onroerende of roerende goederen afhangende van het gemeenschappelijk vermogen.
De overnameprijs wordt, bij gebreke van overeenstemming, bepaald door één of meer deskundigen, aangesteld door partijen of door de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg van de plaats van ligging of vestiging, op verzoek van de meeste gerede partij.
De prijs wordt aangerekend op het aandeel van de langstlevende echtgenoot in het gemeenschappelijk vermogen. Gaat de prijs zijn aandeel te boven, dan moet hij de passende opleg betalen aan de erfgenamen van de andere echtgenoot.
De betaling van deze opleg kan op ieder ogenblik dat de langstlevende geschikt acht, plaatsvinden, ook in gedeelten, hetzij in geld, hetzij door afstand van gemeenschapsgoederen aan de erfgenamen. De betaling kan evenwel niet gevorderd worden zolang de langstlevende vruchtgebruik op de nalatenschap uitoefent, noch kan voor deze betaling enige zekerheid worden geëist. Indien de betaling niet onmiddellijk plaatsvindt, brengt de schuldvordering waarover de nalatenschap beschikt jegens de langstlevende echtgenoot voor het verschuldigd blijvend saldo van rechtswege intrest op aan de wettelijke rentevoet.
c)de langstle­vende onder hen bekomt ten titel van huwelijksovereenkomst overeenkomstig artikel 1461 en volgende van het Burgerlijk Wetboek naar vrije keuze na de hierboven eventuele voorafname en overname:
ofwel het vruchtgebruik van het volledig gemeenschappelijk vermogen;
ofwel de volle eigendom van het volledig gemeenschappelijk vermogen;
ofwel de volle eigendom van alle roerende goederen en van de laatste gezinswoning, en enkel het vruchtgebruik van de overige onroerende goederen;
ofwel de volle eigendom van alle roerende goederen, en de ene helft in volle eigendom en de andere helft in vruchtgebruik van alle onroerende goederen. De langstlevende echtgenoot mag dan ook kiezen over welke onroerende goederen hij zijn rechten in volle eigendom zal laten gelden.
ofwel de volle eigendom van alle roerende goederen en van de laatste gezinswoning, en de ene helft in volle eigendom en de andere helft in vruchtgebruik van alle onroerende goederen. De langstlevende echtgenoot mag dan ook kiezen over welke onroerende goederen hij zijn rechten in volle eigendom zal laten gelden.
ofwel de ene helft in volle eigendom en de andere helft in vruchtgebruik van het volledig gemeenschappelijk vermogen. De langstlevende echtgenoot mag dan ook kiezen over welke goederen hij zijn rechten in volle eigendom zal laten gelden.
d)De langstlevende echtgenoot kan de keuze vermeld in a, b en c eigenmachtig uitoefenen, en kan beslissen zonder inmenging hieromtrent vanwege de rechthebbenden van de eerststervende.
Wanneer de langstlevende echtgenoot zijn keuze niet binnen de honderdtwintig dagen na het overlijden (de overlijdensdag niet inbegrepen) van de eerststervende laat vastleggen in een notariële akte, gaat men er van uit dat de langstlevende echtgenoot gekozen heeft voor het volgende verdelingsbeding zonder enige voorafname of overname: de langstlevende echtgenoot bekomt de volle eigendom van het volledige gemeenschappelijk vermogen.
        ARTIKEL ZEVEN: CONTRACTUELE ERFSTELLING
Comparanten verklaren, enkel voor het geval het aanstaande huwelijk ontbonden wordt door het overlijden van één van hen en indien (1) er op dat ogenblik geen feitelijke scheiding bestaat tussen de beide echtgenoten of (2) een procedure met het oog op de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed formeel is ingeleid bij de rechtbank, elkaar, de eerststervende aan de langstlevende, onherroepelijk te schenken:
        - ofwel de volle eigendom van alle roerende en onroerende goederen die de nalatenschap van de schenker zullen uitmaken op zijn overlijdensdag;
        - ofwel de volle eigendom van alle roerende goederen en het vruchtgebruik van alle onroerende goederen;
        - ofwel de volle eigendom van alle onroerende goederen en het vruchtgebruik van alle roerende goederen;
        - ofwel het vruchtgebruik van alle roerende en onroerende goederen die de schenker zal nalaten.
De keuze van één van de voormelde mogelijkheden zal door de langstlevende echtgenoot gedaan worden bij notariële akte binnen de honderd twintig dagen nà het overlijden. Bij ontstentenis van een verklaring bij notariële akte binnen de voorziene termijn van vijf maanden, zal de schenking definitief geacht worden aanvaard te zijn voor de volle eigendom van alle roerende en onroerende goederen, zijnde de eerste van voormelde varianten.
Indien afstammelingen de inkorting van deze schenking vragen, zal deze beperkt worden tot het grootst mogelijk deel waarover de wet toelaat te beschikken ten voordele van de langstlevende, met behoud van het vruchtgebruik van de langstlevende op de rest van de nalatenschap. De langstlevende heeft dan het recht zelf te bepalen uit welke goederen dit grootst mogelijk beschikbaar deel zal bestaan.
Deze gifte onder echtgenoten zal onherroepelijk zijn, zoals bepaald in artikel 1083 van het Burgerlijk Wetboek, met deze uitzondering nochtans dat de schenker de volledige vrijheid behoudt om geldige schenkingen te doen onder de levenden en legaten te maken aan de afstammelingen van één of van beide echtgenoten.
SLOT.
1. De werkende notaris bevestigt dat de identiteit van de comparanten hem werd aangetoond aan de hand van hoger vermelde bewijskrachtige identiteitsbewijzen.
2. De comparanten bevestigen dat ondergetekende notaris hen naar behoren heeft ingelicht over de rechten, verplichtingen en lasten die voortvloeien uit onderhavige akte en hen op een onpartijdige wijze raad heeft verstrekt.     
3. De echtgenoten hebben mij verklaard de hoedanigheid van handelaar niet te hebben.
4. Deze wijziging aan het huwelijksstelsel van partijen zal overeenkomstig artikel 1395 van het Burgerlijk Wetboek ter homologatie worden voorgelegd aan de daartoe bevoegde rechter.   
WAARVAN AKTE.
Opgemaakt op plaats en datum als ten hoofde vermeld.
En na integrale voorlezing en toelichting, hebben de comparanten met mij, Notaris, getekend.