De Wet op de landverzekeringsovereenkomst regelt aan wie de verzekeringsmaatschappij rechtsgeldig kan betalen

De Wet op de landverzekeringsovereenkomst bespreekt dit alles in de artikelen 132, 133 en 134.

Het lot van de rechten van de verzekeringnemer gedurende de proeftijd (art. l32) bestaat erin dat de echtgenoten iets kunnen overeenkomen en dat deze overeenkomst aan de verzekeraar tegenstelbaar kan worden gemaakt indien de overeenkomst aan hem is kenbaar gemaakt.

Het lot van het recht op de verzekeringsprestaties die opeisbaar worden tijdens de proeftijd (art. 133)

Het lot van het recht op verzekeringsprestaties die opeisbaar worden na de overschrijving van de echtscheiding (art. 134)

Het arbitragehof heeft in 1999 delen van deze wetgeving ongrondwettelijk verklaard omwille van een schendig van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Volgens de filosofie van het Arbitragehof vallen de aanspraken uit spaarverzekeringen in het gemeenschappelijk vermogen.

In de huidige stand van zaken kan men stellen dat de vermogenswaarde van een spaarverzekering in het gemeenschappelijk vermogen valt, ongeacht of deze verzekering werd afgesloten in het voordeel van de verzekeringnerner zelf, of in het voordeel van de andere echtgenoot.

De wetgeving moet nog aangepast worden.

De notaris kan parijen best goed inlichten waar ze recht op hebben.

Maar ingeval van een Echtscheding bij Onderlinge Toestemming zijn de levensverzekeringen een onderdeel van de vermogensregeling tussen de echtgenoten. In deze akte kunnen de echtgenoten vrij overeenkomen hoe zij hun vermogen willen regelen.

Belgie