Huwelijkscontract

Huwelijkscontract uit 1957

Artikel 1:
 
Er zal bestaan tussen de toekomende echtgenoten een wettelijke gemeenschap van goederen gelijkvormig aan de schikkingen van het thans in voege zijnde burgerlijk wetboek, behalve de volgende wijzigingen.
 
Artikel 2:
 
Er wordt uitdrukkelijk overeengekomen tussen partijen dat in geval van overlijden van een der echtgenoten de ganse gemeenschap hierboven vastgesteld aan de langstlevende der echtgenoten zal behoren voor de geheelheid in volle eigendom krachtens artikel 1525 van het burgerlijk wetboek, dat er kinderen of geen bestaan uit het huwelijk.
 
Artikel 3:
 
In aanzien van hun huwelijk doen de aanstaande echtgenoten zich wederzijds en onwederroepelijk gifte onder levenden, hetgeen zij wederkerig en uitdrukkelijk verklaren te aanvaarden, van het vruchtgebruik van al de goederen zo roerende als onroerende die de nalatenschap van de eerststervende zullen uitmaken,daarin begrepen het vruchtgebruik op het aandeel voorbehouden aan de opgaande bloedverwanten.
In geval van bestaan van kind of kinderen verwekt uit dit huwelijk zal deze gifte gebracht worden op 1/4 in volle eigendom en 1/4 in vruchtgebruik van dezelfde goederen
De vruchtgebruiker zal ontslagen zijn van borg te moeten stellen voor zijn tochtrecht en wederleg van penningen te doen maar hij zal gehouden zijn getrouwen inventaris te doen opmaken.

Ander huwelijkscontract: 1961