Belgisch Burgerlijk Wetboek
Boek 1 : Titel V. : Het huwelijk

Hoofdstuk III. Verzet tegen het huwelijk

Art. 172. Het recht om zich tegen de voltrekking van een huwelijk te verzetten komt toe aan de persoon die met een van de contracterende partijen door de echt verbonden is.

Art. 173. De vader en de moeder, en bij gebreke van de ouders, de grootvaders en grootmoeders, kunnen zich gezamenlijk of afzonderlijk verzetten tegen het huwelijk van hun kinderen en afstammelingen, zelfs wanneer dezen meerderjarig zijn.

Art. 174. Bij gebreke van bloedverwanten in de opgaande lijn, kunnen de meerderjarige broers, zusters, ooms, tantes, volle neven en volle nichten zich enkel tegen het huwelijk verzetten wanneer het verzet berust op de toestand van krankzinnigheid of geestelijke achterlijkheid van de aanstaande echtgenoot.

Art. 175. In het geval bedoeld in het vorige artikel kan de voogd zich tegen het huwelijk verzetten.

Art. 176. Iedere akte van verzet vermeldt de hoedanigheid welke aan hem die zich tegen het huwelijk verzet, daartoe het recht geeft; zij bevat keuze van woonplaats in de gemeente waar het huwelijk moet worden voltrokken; zij moet eveneens de redenen bevatten van het verzet; een en ander op straffe van nietigheid en van ontzetting van de ministeriële ambtenaar die de akte van verzet mocht hebben getekend.
  Wanneer het verzet berust op de toestand van krankzinnigheid of geestelijke achterlijkheid van de aanstaande echtgenoot, wordt dit verzet, waarvan de rechtbank de opheffing zonder meer kan uitspreken, nooit aanvaard dan onder verplichting voor hem die het verzet heeft gedaan, om de onbekwaamverklaring of de verklaring van verlengde minderjarigheid van de aanstaande echtgenoot aan te vragen en daarover binnen de door het vonnis bepaalde termijn te doen beslissen.

Art. 177. De rechtbank van eerste aanleg doet binnen tien dagen uitspraak over de vordering tot opheffing van het verzet.

Art. 178. Indien hoger beroep is ingesteld, wordt daarover binnen tien dagen na de dagvaarding uitspraak gedaan.

Art. 179. Indien het verzet wordt afgewezen en een misbruik wordt geacht te zijn, kunnen zij die verzet hebben gedaan, tot schadevergoeding wordt veroordeeld.

Wetsgeschiedenis