Huwelijkscontract
BW - Boek III. -  Titel V. - Huwelijksvermogensstelsels : Hoofdstuk IV. - Scheiding van goederen

Afdeling I. - Bedongen scheiding van goederen

Art. 1466. Wanneer de echtgenoten bij huwelijkscontract bedingen dat zij gescheiden van goederen zullen zijn, bezit ieder van hen de bevoegdheid van beheer, genot en beschikking alleen, onverminderd de toepassing van artikel 215, § 1; zijn inkomsten en besparingen blijven eigen goed.

Art. 1467. Wanneer een echtgenoot het beheer van zijn goederen aan de andere echtgenoot heeft gelaten, is deze, hetzij op verzoek van de eerstgenoemde, hetzij bij de ontbinding van het stelsel, slechts gehouden tot het opleveren van de aanwezige vruchten, en hij is geen verantwoording schuldig van die welke tot dan toe zijn gebruikt.

Art. 1468. Het bewijs van de eigendom van een goed wordt tussen echtgenoten zowel als ten aanzien van derden geleverd naar de regels van artikel 1399, tweede en derde lid.

Roerende goederen waarvan niet kan worden bewezen dat ze eigendom zijn van een der echtgenoten, worden beschouwd als onverdeeld tussen de echtgenoten.

Art. 1469. Onverminderd de toepassing van artikel 215, § 1, en onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 815, tweede lid, kan elk der echtgenoten te allen tijde verdeling vorderen van al hun onverdeelde goederen of een deel ervan.

De ene echtgenoot kan het aandeel van de andere in een of meer goederen slechts inkopen op een openbare verkoping of met machtiging van de rechter.


Rechtsleer

2007 : Scheiding van goederen

1995 : Scheiding van goederen met onverdeeldmaking van de besparingen.