De wet op het Partnergeweld van 2003

De wet op het Partnergeweld zorgde voor een aanpassing van het Belgisch Burgerlijk Wetboek.

Dringende en voorlopige maatregelen door de Vrederechter

Artikel 223 Belgisch Burgerlijk Wetboek werd aangepast

 

Toewijzing van de gemeenschappelijke gezinswoning

Artikel 1447 Belgisch Burgerlijk Wetboek werd aangepast

 

2747.com / law / / Belgie

contact

Fiscaal recht

Notarieel recht

Burgerlijk recht

Vennootschapsrecht

Dringende en voorlopige maatregelen door de Vrederechter

Artikel 223 Belgisch Burgerlijk Wetboek werd aangepast

Art. 223 Belgisch Burgerlijk Wetboek anno 2006:
Indien een der echtgenoten grovelijk zijn plicht verzuimt, beveelt de vrederechter, op verzoek van de andere echtgenoot, dringende voorlopige maatregelen betreffende de persoon en de goederen van de echtgenoten en de kinderen.
Hetzelfde geschiedt op verzoek van een der echtgenoten, indien de verstandhouding tussen hen ernstig verstoord is.
Indien een echtgenoot zich tegenover de andere schuldig gemaakt heeft aan een feit als bedoeld in de artikelen 375, 398 tot 400, 402, 403 of 405 van het Strafwetboek, of heeft gepoogd een feit te plegen als bedoeld in de artikelen 375, 393, 394 of 397 van hetzelfde Wetboek, of indien er ernstige aanwijzingen voor dergelijke gedragingen bestaan, zal de echtgenoot die het slachtoffer is, behalve bij uitzonderlijke omstandigheden, het genot toegewezen krijgen van de echtelijke verblijfplaats indien hij daarom verzoekt.
De vrederechter kan onder meer aan een der echtgenoten verbod opleggen om, voor de tijd die hij bepaalt, eigen of gemeenschappelijke roerende of onroerende goederen, zonder de instemming van de andere echtgenoot, te vervreemden, te hypothekeren of te verpanden; hij kan de verplaatsing van de meubelen verbieden of het persoonlijk gebruik ervan aan een van beide echtgenoten toewijzen.
Daden van vervreemding zijn alle daden bedoeld in artikel 1 van de wet van 16 december 1851 en in artikel 8 van de wet van 10 februari 1908.
De vrederechter kan de echtgenoot die de roerende goederen onder zich heeft, verplichten borg te stellen of van voldoende gegoedheid te doen blijken.

 

Toewijzing van de gemeenschappelijke gezinswoning

Artikel 1447 Belgisch Burgerlijk Wetboek anno 2006:

Wanneer het wettelijk stelsel eindigt door echtscheiding, scheiding van tafel en bed of scheiding van goederen, kan elk der echtgenoten in de loop van de vereffeningsprocedure aan de rechtbank te zijnen voordele toepassing van artikel 1446 vragen.

Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt het verzoek ingewilligd dat uitgaat van de echtgenoot die slachtoffer is van een feit als bedoeld in de artikelen 375, 398 tot 400, 402, 403 of 405 van het Strafwetboek of van een poging tot een feit als bedoeld in de artikelen 375, 393, 394 of 397 van hetzelfde Wetboek, hetzij wanneer de andere echtgenoot uit dien hoofde is veroordeeld bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing, hetzij wanneer de beslissing die de echtscheiding uitspreekt geheel of gedeeltelijk op dat feit is gegrond.
De rechtbank beslist met inachtneming van de maatschappelijke en gezinsbelangen die erbij betrokken zijn en van de vergoedings- of vorderingsrechten van de andere echtgenoot.
De rechtbank bepaalt de datum waarop de eventuele opleg opeisbaar wordt.

Gewijzigd bij art. 4 W. 28 januari 2003 (B.S., 12 februari 2003 (eerste uitg.)).