law : mediation : code

Belgisch Gerechtelijk Wetboek

Zevende deel: Bemiddeling

Hoofdstuk I. - Algemene beginselen

Artikel 1724. Welke geschillen vastbaar zijn voor bemiddeling

Art. 1725. Bemiddelingsbeding

Art. 1726. Wie kan als bemiddelaar worden erekend?

Art. 1727. § 1. De federale bemiddelingscommissie § 2. De algemene commissie § 4. drie bijzondere commissies (familiezaken, burgerlijke en handelszaken, sociale zaken) § 6. De opdrachten van de algemene commissie § 7. Personeel en middelen

Art. 1728. Vertrouwelijkheid van de mededelingen en documenten

Art. 1729: "Elke partij kan te allen tijde een einde maken aan de bemiddeling, zonder dat dit tot haar nadeel kan strekken."

Hoofdstuk II. - De vrijwillige bemiddeling

 

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

HOOFDSTUK I. - Algemene beginselen. . Artikel 1724. Elk geschil dat vatbaar is om te worden geregeld via een dading, kan het voorwerp zijn van een bemiddeling, evenals : 1° de geschillen betreffende de materies bedoeld in de hoofdstukken V en VI van titel V, in hoofdstuk IV van titel VI en in titel IX van boek I van het Burgerlijk Wetboek; 2° De geschillen betreffende de materies bedoeld in titel Vbis van boek III van dit Wetboek; 3° de geschillen ingesteld overeenkomstig de afdelingen I tot IV van hoofdstuk XI van boek IV van het vierde deel van dit Wetboek; 4° De geschillen voortvloeiend uit de feitelijke samenwoning. De publiekrechtelijke rechtspersonen kunnen partij zijn bij een bemiddeling in de bij wet of bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit bepaalde gevallen.. Art. 1725. § 1. Elke overeenkomst kan een bemiddelingsbeding bevatten, waarbij de partijen zich ertoe verbinden voor eventuele geschillen in verband met de geldigheid, totstandkoming, uitlegging, uitvoering of verbreking van de overeenkomst eerst een beroep te doen op bemiddeling en pas dan op elke andere vorm van geschillenbeslechting. § 2. De rechter of de arbiter bij wie een aan een bemiddelingsbeding onderworpen geschil aanhangig is gemaakt, schort, op verzoek van een partij, de behandeling van de zaak op, tenzij er ten aanzien van dat geschil geen geldig beding is of dit is geëindigd. De exceptie moet vóór enige andere exceptie of verweer worden voorgedragen. De behandeling van de zaak wordt voortgezet zodra de partijen of een van hen aan de griffie en aan de andere partijen hebben meegedeeld dat de bemiddeling beëindigd is. § 3. Het bemiddelingsbeding vormt geen beletsel voor verzoeken tot het treffen van voorlopige of bewarende maatregelen. De indiening van dergelijke verzoeken brengt niet mee dat men van de bemiddeling afziet. " Art. 1726. § 1. Door de in artikel 1727 bedoelde commissie kunnen worden erkend de bemiddelaars die minstens voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° op grond van een in het heden of in het verleden uitgeoefende activiteit doen blijken van een bekwaamheid die door de aard van het geschil wordt vereist; 2° naargelang van het geval, doen blijken van de voor de bemiddelingspraktijk passende vorming of ervaring; 3° de met het oog op de uitoefening van de bemiddeling noodzakelijke waarborgen bieden inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid; 4° niet het voorwerp zijn geweest van een in het strafregister opgenomen veroordeling die onverenigbaar is met de uitoefening van de functie van erkend bemiddelaar; 5° geen tuchtsanctie of administratieve sanctie hebben opgelopen die onverenigbaar is met de uitoefening van de functie van erkend bemiddelaar noch het voorwerp zijn geweest van een intrekking van een erkenning. § 2. De erkende bemiddelaars volgen een permanente vorming waarvan het programma erkend is door de in artikel 1727 bedoelde commissie. § 3. Dit artikel is eveneens van toepassing ingeval een beroep wordt gedaan op een college van bemiddelaars. Art. 1727. § 1. Er wordt een federale bemiddelingscommissie ingesteld, bestaande uit een algemene commissie en bijzondere commissies. § 2. De algemene commissie bestaat uit zes in bemiddeling gespecialiseerde leden, namelijk : twee notarissen, twee advocaten en twee vertegenwoordigers van de bemiddelaars die noch het beroep van advocaat, noch dat van notaris uitoefenen. Bij de samenstelling van de algemene commissie wordt gezorgd voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de vakgebieden. De algemene commissie telt evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden. Voor elk vast lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. De nadere regels voor de bekendmaking van de vacatures, voor de indiening van de kandidaturen en voor de voordracht van de leden worden bepaald bij ministerieel besluit. De vaste en plaatsvervangende leden worden door de Minister van Justitie aangewezen op de met redenen omklede voordracht : - van de Orde van Vlaamse balies voor de advocaat die tot die Orde behoort; - van de Ordre des barreaux francophones et germanophone voor de advocaat die tot die Orde behoort; - van de koninklijk federatie van notarissen, voor de notarissen; - van de representatieve instanties voor de bemiddelaars die noch het beroep van advocaat, noch dat van notaris uitoefenen. Het mandaat van vast lid duurt vier jaar en is hernieuwbaar. § 3. De algemene commissie wijst uit haar midden en voor een periode van twee jaar haar voorzitter en haar ondervoorzitter aan, die de voorzitter zo nodig vervangt, evenals een secretaris, waarbij die ambten afwisselend door een Nederlandstalige en een Franstalige worden bekleed. Het voorzitterschap en het ondervoorzitterschap worden bovendien afwisselend uitgeoefend door notarissen, door advocaten en door bemiddelaars die noch het beroep van advocaat, noch dat van notaris uitoefenen. De algemene commissie stelt haar huishoudelijk reglement op. Om rechtsgeldig te beraadslagen en te beslissen, moet de meerderheid van de leden van de commissie aanwezig zijn. Indien een vast lid afwezig of verhinderd is, vervangt zijn plaatsvervanger hem. De beslissingen worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of van de ondervoorzitter die hem vervangt, doorslaggevend. § 4. Er worden drie bijzondere commissies opgericht om advies te verstrekken aan de algemene commissie : - een bijzondere commissie voor familiezaken; - een bijzondere commissie voor burgerlijke en handelszaken; - een bijzondere commissie voor sociale zaken. Deze bijzondere commissies bestaan uit specialisten en practici van al deze soorten bemiddeling, namelijk : twee notarissen, twee advocaten en twee vertegenwoordigers van de bemiddelaars die noch het beroep van advocaat, noch dat van notaris uitoefenen. De bijzondere commissies tellen evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden. Voor elk vast lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. (De nadere regels voor de bekendmaking van de vacatures, voor de indiening van de kandidaturen en voor de voordracht van de leden worden bepaald bij ministerieel besluit.) De vaste en plaatsvervangende leden worden door de minister van Justitie aangewezen op de met redenen omklede voordracht : - van de Orde van Vlaamse balies voor de advocaat die tot die Orde behoort; - van de Ordre des barreaux francophones et germanophone voor de advocaat die tot die Orde behoort; - van de koninklijk federatie van notarissen, voor de notarissen; - van de representatieve instanties voor de bemiddelaars die noch het beroep van advocaat, noch dat van notaris uitoefenen. Het mandaat van vast lid duurt vier jaar en is hernieuwbaar. § 5. Elke bijzondere commissie wijst uit haar midden en voor een periode van twee jaar haar voorzitter en haar ondervoorzitter aan, die de voorzitter zo nodig vervangt, evenals een secretaris, waarbij die ambten afwisselend door een Nederlandstalige en een Franstalige worden bekleed. Ze stelt haar huishoudelijk reglement op. Om rechtsgeldig te beraadslagen en te beslissen, moet de meerderheid van de leden van de bijzondere commissie aanwezig zijn. Indien een vast lid afwezig of verhinderd is, vervangt zijn plaatsvervanger hem. De beslissingen worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of van de ondervoorzitter die hem vervangt, doorslaggevend. § 6. De opdrachten van de algemene commissie zijn de volgende : 1° de instanties voor de vorming van bemiddelaars en de vormingen die zij organiseren, erkennen; 2° de criteria voor de erkenning van de bemiddelaars per soort bemiddeling bepalen; 3° de bemiddelaars erkennen; 4° tijdelijk of definitief de erkenning intrekken van de bemiddelaars die niet meer zouden voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 1726; 5° de procedure voor de erkenning en de tijdelijke of definitieve intrekking van de titel van bemiddelaar bepalen; 6° de lijst van de bemiddelaars opstellen en verspreiden bij de hoven en rechtbanken; 7° een gedragscode opstellen en de eruit voortvloeiende sancties bepalen. De beslissingen van de commissie zijn gemotiveerd. § 7. De Minister van Justitie stelt aan de federale bemiddelingscommissie het personeel alsook de middelen ter beschikking die nodig zijn voor haar werking. (De Koning bepaalt welk presentiegeld aan de leden van de federale bemiddelingscommissie kan worden toegekend alsook de vergoedingen die hen kunnen worden toegekend als terugbetaling van hun reis- en verblijfskosten.) Art. 1728. § 1. De documenten die worden opgemaakt en de mededelingen die worden gedaan in de loop en ten behoeve van een bemiddelingsprocedure zijn vertrouwelijk. Zij mogen niet worden aangevoerd in een gerechtelijke, administratieve of arbitrale procedure of in enige andere procedure voor het oplossen van conflicten en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis. De geheimhoudingsplicht kan slechts worden opgeheven met instemming van de partijen om onder meer de rechter in staat te stellen de bemiddelingsakkoorden te homologeren. Bij schending van die geheimhoudingsplicht door een van de partijen doet de rechter of de arbiter uitspraak over de eventuele toekenning van schadevergoeding. Vertrouwelijke documenten die toch zijn meegedeeld of waarop een partij steunt in strijd met de geheimhoudingsplicht, worden ambtshalve buiten de debatten gehouden. Onverminderd de verplichtingen die hem bij wet worden opgelegd, mag de bemiddelaar de feiten waarvan hij uit hoofde van zijn ambt kennis krijgt, niet openbaar maken. Hij mag door de partijen niet worden opgeroepen als getuige in een burgerrechtelijke of administratieve procedure met betrekking tot de feiten waarvan hij in de loop van zijn bemiddeling kennis heeft genomen. Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op de bemiddelaar. § 2. In het raam en ten behoeve van zijn opdracht kan de bemiddelaar, met instemming van de partijen, de derden horen die daarmee instemmen of, wanneer de complexiteit van de zaak zulks vereist, een beroep doen op een deskundige inzake het behandelde vakgebied. Zij zijn gehouden tot de geheimhoudingsplicht bedoeld in § 1, eerste lid. Paragraaf 1, derde lid, is van toepassing op de deskundige. Art. 1729. Elke partij kan te allen tijde een einde maken aan de bemiddeling, zonder dat dit tot haar nadeel kan strekken.

 

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht