De Hypotheekwet

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen - Hoofdstuk II. Voorrechten

Art. 12. Voorrecht is een recht dat uit hoofde van de bijzondere aard der schuldvordering aan een schuldeiser toekomt en hem voorrang verleent boven de andere schuldeisers, zelfs de hypothecaire.

Art. 13. Tussen de bevoorrechte schuldeisers wordt de voorrang geregeld naar de verschillende aard van de voorrechten.

Art. 14. Bevoorrechte schuldeisers die in dezelfde rang zijn, worden naar evenredigheid van hun vordering betaald.

Art. 15. Het voorrecht, verbonden aan de rechten van de Staatskas, en de orde waarin het wordt uitgeoefend, worden geregeld door de wetten daartoe betrekkelijk.

De Staatskas kan echter geen voorrecht bekomen ten nadele van vroeger door derden verkregen rechten.

Art. 16. Voorrechten kunnen bestaan op roerende goederen of op onroerende goederen.

Afdeling I. Voorrechten op roerende en onroerende goederen. De gerechtskosten zijn bevoorrecht op de roerende en de onroerende goederen, ten aanzien van alle schuldeisers in wier belang zij zijn gemaakt. (artikel 17)

Afdeling II. Voorrechten op roerende goederen. De voorrechten zijn ofwel algemeen, ofwel bijzonder met betrekking tot bepaalde roerende goederen. (artikel 18)

§ I. Algemene voorrechten op roerende goederen : artikel 19

§ II. Voorrechten op bepaalde roerende goederen : artikel 20

§ III. Rang van de voorrechten op de roerende goederen in geval van samenloop van die rechten

Afdeling III. Voorrechten op onroerende goederen. Art. 27-28

Afdeling IV. Hoe voorrechten bewaard worden. Art. 29-38, 38bis, 39-40

Hoofdstuk III. Hypotheken

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht