De Hypotheekwet: Hoofdstuk III. Hypotheken

Art. 41. Hypotheek is een zakelijk recht op onroerende goederen, die verbonden zijn ter voldoening van een verbintenis.

Zij is uit haar aard ondeelbaar en blijft voor het geheel bestaan op al de verbonden onroerende goederen, op elk van die goederen en op ieder gedeelte ervan.

Zij volgt die goederen, in welke handen zij ook overgaan.

Art. 42. Hypotheek komt slechts tot stand in de gevallen en overeenkomstig de vormen bij de wet toegelaten.

Art. 43. Er zijn wettelijke hypotheken, bedongen hypotheken en testamentaire hypotheken.

Art. 44. De wettelijke hypotheek is de hypotheek die uit de wet ontstaat.

De bedongen hypotheek is de hypotheek die afhankelijk is van overeenkomsten en van de uiterlijke vorm van akten en contracten.

De testamentaire hypotheek is de hypotheek die door een erflater wordt gevestigd op een of meer onroerende goederen, bepaaldelijk aangewezen in het testament, tot waarborg van de door hem gemaakte legaten.

Art. 45. Voor hypotheek zijn alleen vatbaar : 1° Onroerende goederen die in de handel zijn; 2° De rechten van vruchtgebruik, erfpacht en opstal, gevestigd op dezelfde goederen, zolang die rechten duren.

De verkregen hypotheek strekt zich uit tot het toebehoren dat als onroerend goed beschouwd wordt, en tot de verbeteringen die aan het met hypotheek bezwaard onroerend goed worden aangebracht.

Niettemin is de hypothecaire schuldeiser gehouden de verkoop te eerbiedigen van de gewone kappingen van schaarhout en van hoogstammig hout, die te goeder trouw volgens plaatselijk gebruik zijn gedaan, onverminderd de uitoefening van zijn recht op de niet betaalde prijs.

Verhuringen, te goeder trouw toegestaan na de vestiging van de hypotheek, worden eveneens geëerbiedigd; evenwel, indien zij voor langer dan negen jaren zijn aangegaan, wordt de huurtijd verminderd overeenkomstig artikel 595 van het Burgerlijk Wetboek.

Art. 45bis. Hypotheek kan gevestigd worden op gebouwen waarvan de oprichting begonnen of zelfs nog maar ontworpen is, mits hij die de hypotheek verleent, een reeds bestaand recht heeft, op grond waarvan hij te zijnen behoeve vermag te bouwen.

Art. 46. Roerende goederen kunnen niet worden gevolgd krachtens hypotheek.

Afdeling I. Wettelijke hypotheken. Art. 47-48 § 1. WAARBORGEN DOOR VOOGDEN TE VERSTREKKEN IN HET BELANG VAN MINDERJARIGEN EN ONBEKWAAMVERKLAARDEN. Art. 49-63 § 2. WAARBORGEN TEN BEHOEVE VAN GEHUWDE VROUWEN. Art. 64-72

Afdeling II. Bedongen hypotheken. Art. 73-80

Afdeling III. Rang van de hypotheken onderling. Art. 81. (2134). Tussen de schuldeisers onderling neemt de hypotheek niet eerder rang dan van de dag der inschrijving in de registers van de bewaarder gedaan, in de vorm en op de wijze die de wet voorschrijft. Alle schuldeisers die op dezelfde dag zijn ingeschreven, hebben samenlopende hypotheken van dezelfde dagtekening, zonder onderscheid tussen de inschrijving van 's morgens en die van 's avonds, ook indien zodanig verschil door de bewaarder mocht zijn vermeld.

Hoofdstuk IV. Wijze van inschrijving van de voorrechten en hypotheken

 

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

16 DECEMBER 1851. - HYPOTHEEKWET - BURGERLIJK WETBOEK BOEK III TITEL XVIII : Voorrechten en hypotheken.

(Publicatie : 22-12-1851 Inwerkingtreding : 02-01-1852)

 

2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht