Belgische Hypotheekwet

Hoofdstuk V.  Doorhaling en vermindering van de inschrijvingen

Art. 92. De inschrijvingen worden doorgehaald verminderd krachtens de toestemming van de belanghebbende partijen, daartoe bevoegd, ofwel krachtens een vonnis in laatste aanleg gewezen of in kracht gewijsde gegaan, ofwel krachtens een vonnis, uitvoerbaar verklaard niettegenstaande verzet of beroep. volmacht tot doorhaling of vermindering moet uitdrukkelijk en in authentieke vorm gegeven worden. De inschrijvingen van de bedongen hypotheken kunnen eveneens worden doorgehaald of verminderd krachtens een authentieke akte waarin de instrumenterende ambtenaar eenzijdig bevestigt dat de schuldeiser zijn toestemming heeft verleend met deze doorhaling of vermindering; alle inschrijvingen die in de voorgelegde akte opgenomen worden ambtshalve doorgehaald of verminderd. De overnemer van een hypothecaire schuldvordering geen doorhaling of vermindering toestaan, tenzij de overdracht voortvloeit uit akten als vermeld in artikel 2.

Art. 93. (2158). Zij die doorhaling of vermindering vorderen, leggen op het kantoor van de bewaarder over, hetzij de uitgifte der authentieke akte of de akte in brevet, houdende toestemming, hetzij de uitgifte van het vonnis.
  Een woordelijk uittreksel uit de authentieke akte is voldoende, wanneer de notaris die het heeft afgegeven, daarin verklaart dat de akte noch voorwaarde, noch voorbehoud bevat.
  De akten van toestemming tot doorhaling of vermindering, in het buitenland verleden, zijn in België niet uitvoerbaar, dan nadat zij zijn geviseerd door de voorzitter van de rechtbank van de plaats waar de goederen gelegen zijn, die de authenticiteit ervan nagaat, zoals in artikel 77 bepaald is.

  Art. 94. (2159). De eis tot doorhaling of vermindering, als hoofdvordering ingesteld, wordt (...) gebracht voor de rechtbank van de plaats waar de inschrijving gedaan is. <W 12-08-1911, enig art.>
  De overeenkomst tussen de schuldeiser en de schuldenaar aangegaan om in geval van geschil de eis voor een door hen bepaalde rechtbank te brengen, zal echter tussen hen worden nagekomen.
  De rechtsvorderingen tegen de schuldeisers, waartoe de inschrijvingen aanleiding kunnen geven, worden ingesteld door dagvaarding aan hun persoon, of aan de laatste in het register vermelde gekozen woonplaats; en zulks niettegenstaande het overlijden, hetzij van de schuldeisers, hetzij van hen bij wie zij woonplaats hebben gekozen.

  Art. 95. (2160). De rechtbanken moeten de doorhaling bevelen, wanneer de inschrijving gedaan is zonder gegrond te zijn op de wet of op een titel, of wanneer zij geschied is krachtens een titel die hetzij onregelmatig, hetzij vervallen of gekweten was, of wanneer de rechten van voorrecht of hypotheek op wettelijke wijze zijn teniet gegaan.