Wijzigingen aan de notariswet anno 2007

Deze wijzigingen sluiten aan bij de wijzigingen van de hypotheekwet.

De gedachte tot 1999 was dat de notaris de naam, voornamen, beroep en woonplaats van zijn klanten kan kennen. In 1999 is het beroep komen te vervallen en anno 2007 werden plaats en datum van geboorte toegevoegd aan artiklel 11 notariswet. De bedoeling hiervan was om deze identiteitsgegevens in overeenstemming te brengen met deze vereist ingevolge de hypotheekwet.

In de hypotheekwet was reeds van oudsher voorzien dat partijen bovenop gegevens als hun naam, voornamen en woonplaats ook moesten ge-identificeerd worden met plaats en datum van geboorte om iedere verwarring tussen 2 personen uit te sluiten.

Bovendien is vanaf 2007 deze identificatie van personen vereist voor diegene die voor de notaris verschijnt. Dus ook de vertegenwoordiger van een vennootschap of een volmachtdrager. Artikel 11 is in feite altijd bedoeld geweest om persoonsverwisseling te voorkomen.

Artikel 12 notariswet voorziet dan hoe partijen in een akte moeten worden geidentificeerd. Ook hier worden anno 2007 plaats en datum van geboorte toegevoegd.

Evenwel wordt in artikel 12 notariswet (zoals bij artikel 139 hypotheekwet inzake waarmerking door identiteitskaart) voorzien dat ingeval de waarmerking van de juiste identiteistgegevens gedaan wordt op basis van de identiteitskaart het vermelden van de eerste twee voornamen voldoende is. Dit komt voort uit de gedachte om de identiteitsgegevens van een persoon gelijkt te laten lopen tussen hypotheekwet en notariswet en de beperking tot het vermelden van 2 voornamen in het computerprogramma van het hypotheekkantoor.