Hof van Cassatie 17 november 2006

...
Krachtens artikel 433, eerste lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992) zijn de notarissen die gevorderd zijn om een akte op te maken die de vervreemding of de hypothecaire aanwending van een onroerend goed, van een schip of een vaartuig tot voorwerp heeft, persoonlijk aansprakelijk voor de betaling der belastingen en bijhoren die tot een hypothecaire inschrijving aanleiding kunnen geven, indien zij in de daarna bepaalde voorwaarden er niet de ontvanger der belastingen in wiens ambtsgebied de eigenaar of de vruchtgebruiker van het goed zijn woonplaats of zijn hoofdinrichting heeft en daarenboven zo het om een onroerend goed gaat, de ontvanger der belastingen in wiens ambtsgebied dat goed gelegen is, van verwittigen.
  Artikel 434 van dit wetboek bepaalt:
      Indien het belang van de Schatkist zulks vereist, wordt door de ontvangers aan de notaris, vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in het artikel 433 bedoelde bericht, bij een ter post aangetekende brief kennis gegeven van het bedrag van de belastingen en bijhoren die aanleiding kunnen geven tot de inschrijving van de wettelijke hypotheek van de Schatkist op de goederen welke het voorwerp van de akte zijn.
      Deze kennisgeving geldt krachtens artikel 435, eerste lid, als een beslag onder derden in handen van de notaris op de koopprijs die de notaris naar aanleiding van de akte van vervreemding van het onroerend goed onder zich houdt voor rekening of ten bate van de belastingschuldige.
      Wanneer de verkoop van het onroerend goed plaatsvindt na een uitvoerend beslag gaan de rechten van de ingeschreven schuldeisers over op de prijs en wordt de notaris belast met de rangregeling overeenkomstig de artikelen 1639 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek.
  Hierbij houdt de notaris onder meer rekening met de schuldeisers die overeenkomstig artikel 1642 verzet hebben gedaan op de prijs. Enkel het saldo van de verkoopprijs dat overblijft na betaling van de batig gerangschikte schuldeisers, komt toe aan de beslagene.
      De fiscale notificatie die een beslag onder derden uitmaakt in handen van de notaris, heeft bijgevolg slechts het eventueel batig saldo van de verkoopprijs tot voorwerp dat de notaris, na de betaling van de in het proces-verbaal van rangregeling opgenomen schuldvorderingen, onder zich heeft om het door te storten aan de belastingschuldige en niet de integrale verkoopprijs.
  Een dergelijke notificatie kan derhalve niet worden opgevat als een verzet op de prijs in de zin van artikel 1642 van het Gerechtelijk wetboek.
      Het onderdeel dat aanvoert dat een fiscale notificatie een verzet op de prijs uitmaakt zoals bedoeld door artikel 1642 van het Gerechtelijk Wetboek, faalt naar recht.
     
Tweede onderdeel
      Gelet op het antwoord op het eerste onderdeel, berust het onderdeel in zoverre het ervan uitgaat dat de fiscale notificatie, als bedoeld in 435, eerste lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992), verder reikt dan een bewarend beslag onder derden in de handen van de notaris op de bedragen die aan de beslagene toekomen, op een verkeerde rechtsopvatting.
      Krachtens artikel 1644, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de schuldeisers van wie het bestaan blijkt uit de enkele raadpleging van de beslagberichten opgemaakt met toepassing van de artikelen 1390 tot 1390quater, betrokken bij de procedure indien zij in aanmerking komen voor de toekenning van een dividend; in het andere geval ontvangen zij enkel de aanmaning bedoeld in het eerste lid van dit artikel wanneer zij, voorafgaandelijk ingelicht door de notaris over deze situatie, van deze laatste eisen dat zij worden betrokken bij de procedure.
  Anders dan het onderdeel aanvoert, kan uit deze wetsbepaling niet worden afgeleid dat de notaris rekening moet houden met alle bestaande en door hem gekende schuldeisers, met inbegrip van deze waarvan het bestaan niet blijkt uit de raadpleging van de beslagberichten.
  Evenmin kan uit de omstandigheid dat de schuldvordering van de fiscus een bevoorrecht karakter heeft op grond van de artikelen 422 en 423 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (1992), worden afgeleid dat de notaris deze vordering moet toelaten tot de rangregeling.
  Het onderdeel faalt naar recht.


Commentaar

Notarissen hebben de gewoonte gehad rekening te houden met belastingen die aan hen werden betekend.

Als reactie op dit cassatiearrest heeft de wetgever artikel 435 WIB aangepast in 2007.