25 april 2007. - Wet houdende diverse bepalingen (IV)

Titel II. - Administratieve vereenvoudiging

Hoofdstuk I. - Wijziging van de Hypotheekwet van 16 december 1851

Art. 2. Artikel 92 van de Hypotheekwet van 16 december 1851, gewijzigd bij de wet van 10 oktober 1913, wordt vervangen als volgt :

« Art. 92. -

De inschrijvingen worden doorgehaald of verminderd krachtens de toestemming van de belanghebbende partijen, daartoe bevoegd, ofwel krachtens een vonnis in laatste aanleg gewezen of in kracht van gewijsde gegaan, ofwel krachtens een vonnis, uitvoerbaar verklaard niettegenstaande verzet of beroep. De volmacht tot doorhaling of vermindering moet uitdrukkelijk en in authentieke vorm gegeven worden.

De inschrijvingen van de bedongen hypotheken kunnen eveneens worden doorgehaald of verminderd krachtens een authentieke akte waarin de instrumenterende ambtenaar eenzijdig bevestigt dat de schuldeiser zijn toestemming heeft verleend met deze doorhaling of vermindering; alle inschrijvingen die in de voorgelegde akte zijn opgenomen worden ambtshalve doorgehaald of verminderd.

De overnemer van een hypothecaire schuldvordering kan geen doorhaling of vermindering toestaan, tenzij de overdracht voortvloeit uit akten als vermeld in artikel 2. »


Art. 3. In artikel 93, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden « of houdende bevestiging van de toestemming » ingevoegd tussen de woorden « houdende toestemming » en de woorden « , hetzij de uitgifte van het vonnis. ».