e-notaris

Hoofdstuk XI. - Vermelding van de partijen en van de onroerende goederen

Art. 139.  § 1. In iedere akte of ieder stuk waarvan de openbaar- making in een hypotheekkantoor vereist is, wordt ieder natuurlijke persoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden vermeld met zijn naam, gevolgd door zijn voornamen, plaats en datum van geboorte, en zijn woonplaats.

Waarmerking
 
In de andere gevallen wordt een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand gevoegd bij de akte of het stuk.

§ 2. Indien de persoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden, niet bekend is in de registers van de burgerlijke stand noch in het rijksregister, ...

§ 3. Voor de openbaar te maken vonnissen ....

§ 4. De familienaam moet eerst vermeld worden en wordt in hoofdletters geschreven; de voornamen worden in kleine letters geschreven en worden vermeld in de volgorde waarin zij voorkomen in het stuk op grond waarvan de identificatie is geschied.

  § 5. De Koning kan de in dit artikel genoemde identificatieregels aanvullen.

(Artikel 139 Hypotheekwet werd ingevoegd bij Wet van 9 februari 1995 in is in werking getreden op 1 januari 2001.)

Bij wet van 1 maart 2007 werd dit wetsartikel gewijzigd.