Hypotheekwet

Hoofdstuk XI. - Vermelding van de partijen en van de onroerende goederen

Artikel 139 Hypotheekwet
Hierna volgt de volledige wettekst van artikel 139 Belgische Hypotheekwet anno 2007:

Art. 139. § 1. In iedere akte of ieder stuk waarvan de openbaar- making in een hypotheekkantoor vereist is, wordt ieder natuurlijke persoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden vermeld met zijn naam, gevolgd door zijn voornamen, plaats en datum van geboorte, en zijn woonplaats.
  Indien de akte authentiek is of in geval van inschrijving van een wettelijke hypotheek waarmerkt de instrumenterende ambtenaar of de persoon die de inschrijving kan vorderen, de naam, de voornamen en de plaats en datum van geboorte hetzij in de tekst, hetzij onderaan de akte of het stuk. Die waarmerking geschiedt op grond van de gegevens vervat in de registers van de burgerlijke stand, het trouwboekje of het rijksregister van de natuurlijke personen, voor zover in laatstgenoemd geval de authentieke akte of het stuk, met de uitdrukkelijke instemming van de partijen, het identificatienummer in dat register vermeldt. De expedities en uittreksels aangeboden aan de hypotheekbewaarder geven de inhoud van de waarmerking weer.
  In de andere gevallen wordt een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand gevoegd bij de akte of het stuk.
  § 2. Indien de persoon op wiens naam de openbaarmaking moet geschieden, niet bekend is in de registers van de burgerlijke stand noch in het rijksregister, bepaalt de openbare ambtenaar, de andere ambtenaar of de aanvrager, naargelang van het geval, in de bovengenoemde waarmerking of onderaan de akte of het stuk, het identiteitsbewijs op grond waarvan de naam, voornamen, plaats en datum van geboorte van de betrokkene zijn vastgesteld.
  Bij gebrek aan de identificatiestukken bedoeld in de voorgaande leden, kunnen deze laatste worden vervangen door een akte van bekendheid opgesteld door een Belgisch notaris.
  § 3. Voor de openbaar te maken vonnissen wordt de identificatie van de personen gewaarmerkt door een notaris, door de ambtenaar of door de optredende overheid, onderaan de expeditie, op de wijze voorgeschreven bij dit artikel.
  § 5. De Koning kan de in dit artikel genoemde identificatieregels aanvullen.

Wetsgeschiedenis