Pand op de handelszaak in 2001

Wet van 25 oktober 1919

Samenstelling van de in pand gegeven handelszaak
Zakelijke subrogatie met betrekking tot de goederen die in en uit de handelszaak gaan
Essentiele bestanddelen (art. 2):
- Clienteel
- Handelsnaam
- Handelsinrichting
- Intellectuele eigendomsrechten en knowhow
- Huurechten
Bijkomstige of facultatieve rechten:
- Voorraden
- Schuldvorderingen, waardepapieren en kastegoeden

Bepaalbaarheid en plafond gewaarborgden schuldvordering(en)
Artikel 4, vierde lid, ten 5de Wet inpandgeving handelszaak

Vestiging van het pand op de handelszaak: Grondvoorwaarden
Het sluiten van de pandovereenkomst
Hoedanigheid van handelaar in hoofde van de pandgevende schuldenaar
Hoedanigheid van eigenaar in hoofde van de pandgevende schuldenaar
Het pand op de handelszaak kan (initieel) enkel worden toegestaan ten voordelen van erkende kredietinstellingen (art. 7 Wet inpandgeveing handelszaak)

Vestiging van het pand op de handelszaak: Vormvoorwaarden en tegenwerpelijkheidvereisten
Het opstellen van aan akte (art. 3)
Inschrijving: de pandakte moet worden ingeschreven op het hypotheekkantoor (art. 4, eerste lid)
Hernieuwing van de inschrijving:  zoals voor hypotheken.

Gevolgen van het in pand geven van de handelszaak
Jurisprudentieel volgrecht
Verplichtingen in hoofde van de pandgevende schuldenaar: bewaring (art. 8)

Wijzigingen met betrekking tot de in pand gegeven handelszaak
Verplaatsing van de handelszaak (naar een ander gerechtelijk arrondissement)

Tegeldemaking van het pand