Belgisch Hypotheekwet : Hoofdstuk II.  Voorrechten : Afdeling II. : Voorrechten op roerende goederen.

§ I. Algemene voorrechten op roerende goederen

Artikel 19 Belgische Hypotheekwet anno 2006 : (2101). (NOTA : zie verder een vorm van artikel 19 met hier niet aangebrachte wijzigingen met onbepaalde inwerkingtredingdatum.)
De schuldvorderingen, bevoorrecht op alle roerende goederen, worden hierna opgesomd en zij worden in de volgende orde verhaald :

  1° De gerechtskosten die in het gemeenschappelijk belang van de schuldeisers zijn gemaakt;

  2° De begrafeniskosten in verhouding tot de stand en het vermogen van de overledene;

  3° De kosten van laatste ziekte gedurende een jaar;

  3°bis. (Voor de werknemers bedoeld in artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, het loon zoals bepaald in artikel 2 van genoemde wet, zonder dat het bedrag daarvan 300 000 frank mag te boven gaan; deze beperking is niet van toepassing op de in het loon begrepen vergoedingen welke aan dezelfde personen verschuldigd zijn wegens beëindiging van hun dienstbetrekking.
  Het hiervoren bepaalde bedrag wordt om de twee jaar door de Koning aangepast, na advies van de Nationale Arbeidsraad.) <W 13-01-1977, enig art.>
  (Voor dezelfde werknemers, de aanvullende vergoeding waarop zij ten laste van de werkgever recht hebben krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 afgesloten binnen de Nationale Arbeidsraad, die de toekenning voorziet van een aanvullende vergoeding aan bepaalde oudere werknemers in geval van ontslag, of krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten in het paritair comité, paritair subcomité of in de onderneming, die gelijkaardige voordelen voorziet als die voorzien door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en rekening houdende met het maandbedrag van de aanvullende vergoeding, de berekeningswijze vaststellen van het bedrag van de bevoorrechte schuldvordering van deze oudere werknemer.) <W 2003-04-08/33, art. 64, 022; Inwerkingtreding : 27-04-2003>
  (De schuldvorderingen van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, gegrond op artikel 8, eerste lid, van de wet van 30 juni 1967 tot verruiming van de opdracht van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers.) <W 22-01-1985, art. 96, 1°>
  (- de bedragen uitgeleend in het kader van het investeringsspaarplan bedoeld in Hoofdstuk IV van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen.) <W 2001-05-22/33, art. 37, 018; Inwerkingtreding : 29-12-2001, met dien verstande dat de eerste verdeelbare winst deze is van het boekjaar met afsluitdatum ten vroegste op 31 december 2001>
  (De inschakelingsvergoeding bedoeld in de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact.) <W 2005-12-23/30, art. 41, 027; Inwerkingtreding : 31-03-2006>

  4° (de schuldvorderingen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en deze van de verzekeringsinstellingen bepaald bij artikel 2 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de ten onrechte uitbetaalde prestaties van de verzekering voor geneeskundige verzorging, de uitkeringsverzekering of de moederschapsverzekering.) <Opgeheven bij W 12-04-1965, art. 49, 2°, en hersteld bij W 2002-01-14/39, art. 27, 020; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
  (De bedragen die uit kracht van de besluitwet betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers als vakantiebijdrage of als vakantiegeld verschuldigd zijn voor het verlopen dienstjaar en voor het lopende dienstjaar;) <BESLW 03-01-1946, art. 14>

  4°bis. (de schuldvordering van het Fonds voor Arbeidsongevallen voor de uitkeringen, bedragen en kapitalen die bedoeld worden in artikel 60, eerste lid, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.) <W 2006-07-13/68, art. 69, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2006; deze wijzigingsbepaling spreekt van "4°bis, eerste onderdeel" maar Justel heeft geen kennis van verschillende onderdelen in 4°bis>
  (NOTA van Justel : de wijzigingsbepaling W 2006-07-13/68, art. 69, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2006 spreekt van "4°bis, eerste onderdeel" maar Justel heeft geen kennis van verschillende onderdelen in 4°bis. Noteer evenwel dat B 1945-01-10/01, art. 3, § 1, beschikt : " De schuldvorderingen van het Nationaal Fonds (=Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers) ten opzichte van de werkgevers zijn gewaarborgd door een voorrecht, dat onmiddellijk komt na 4° en 4°bis van artikel 19 van de wet van 16 december 1951 betreffende de voorrechten en hypotheken. ")

  4°ter. (De bijdragen verschuldigd aan de Rijksdienst voor maatschappelijke zekerheid en die waarvan hij de inning verzekert, gedurende (vijf jaar) te rekenen van de dag waarop de bijdragen eisbaar zijn of van de datum der kennisgeving als bedoeld in artikel 22 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, de bijdragen verschuldigd aan de (Hulp- en Voorzorgkas voor zeevarenden) en die waarvan zij de inning verzekert gedurende (vijf jaar) te rekenen van de dag waarop de bijdragen eisbaar zijn, evenals de bijdragen verschuldigd aan het Fonds voor de beroepsziekten en die verschuldigd aan de Fondsen voor bestaanszekerheid en het Sociaal Fonds voor de diamantarbeiders (, en aan de pensioeninstellingen en rechtspersonen, belast met de uitvoering van de solidariteitstoezegging, bedoeld in de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid) (NOTA : krachtens een vorige wijziging die op 01-01-2004 in werking treedt dient de inhoud van voorgaande haakjes als volgt gelezen worden : ", de pensioeninstellingen en rechtspersonen, belast met de organisatie van het solidariteitsstelsel, bedoeld in de programmawet van 24 december 2002")en het Fonds voor arbeidsongevallen.) <KBN535 1987-03-31/43, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 16-04-1987> <KB 1995-05-19/56, art. 1, 013; Inwerkingtreding : 13-08-1995> <W 1999-01-25/32, art. 37, 015; Inwerkingtreding : 16-02-1999> <W 2003-04-28/36, art. 64, 024; ED : 15-05-2003> <W 2002-12-24/31, art. 66, 025; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (De bijdragen en verhogingen verschuldigd aan de sociale verzekeringskassen voor zelfstandigen en de Nationale Hulpkas voor de sociale verkeringen der zelfstandigen, met toepassing van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, van hoofdstuk III van titel III van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, en van hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, gedurende (vijf jaar) te rekenen vanaf de dag waarop de bedragen eisbaar zijn.) <W 1992-12-30/40, art. 103, 008; Inwerkingtreding : 01-07-1992> <W 1999-01-25/32, art. 37, 015; Inwerkingtreding : 16-02-1999>
  De termijn van (vijf jaar) is geschorst door de dood van de schuldenaar, de ontneming van het bezit of de inbeslagneming, zelfs gedeeltelijk, van zijn goederen. <W 1999-01-25/32, art. 37, 015; Inwerkingtreding : 16-02-1999>

  4°quater. De betaling van de hoofdbijdragen en van de aanvullende stortingen, die door de ingevolge deze wet onderworpen werkgevers verschuldigd zijn, wordt gewaarborgd door een voorrecht dat onmiddellijk gerangschikt wordt na nr 4ter en onder nr 4quater van artikel 19 der wet van 16 December 1851 op de voorrechten en hypotheken. <W 19-12-1939, art. 167>

  4°quinquies. (De schuldvorderingen van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers tegenover de werkgevers, gegrond op artikel 8, tweede lid, van de wet van 30 juni 1967 tot verruiming van de opdracht van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, in zover die schuldvorderingen niet meer bij wettelijke subrogatie ingevorderd worden, en de schuldvorderingen van hetzelfde Fonds gegrond op artikel 18 van de wet van 28 juni 1966 betreffende schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen.) <W 22-01-1985, art. 96, 2°>

  4°sexies. (Opgeheven) <W 18-12-1968, art. 7, 1°>

  4°septies. (De betaling van de bijdragen, bedoeld in de artikelen 15 en 16 van de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen en in artikel 10 van de wet van 30 juni 1967 tot verruiming van de opdracht van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers;) <W 28-07-1971, art. 21, 2°>

  4°octies. (De betaling van de bijdragen van, de bijdrageopslag en van de eventuele interest voorzien bij de wet tot oprichting van een Nationale Sociale Commissie voor de kleine ondernemingen).) <W 24-12-1962, art. 17>

  4°nonies. (NOTA van Justel : in plaats van "nonies" zou het "novies" moeten zijn.) (De schuldvorderingen van de verzekeraar in geval van betaling van vergoedingen en renten wegens arbeidsongeval tijdens de schorsing (van de waarborg) van het verzekeringscontract.) <W 10-04-1971, art. 101, 2°> <W 2006-07-13/68, art. 69, 029; Inwerkingtreding : 01-09-2006>

  4°nonies. (NOTA van Justel : in plaats van "nonies" zou het "novies" moeten zijn.) (De betaling door een onderneming van de sommen en verzuimsrente bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de wet op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging.) <W 26-03-1971, art. 48> <ZIE : W 07-10-1985, art. 70, § 1, 2°; DCW 07-10-1985, art. 34, § 1, 1°-4°>

  (4°decies. De vorderingen van de auteurs, zoals omschreven in de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten.) <W 1994-06-30/35, art. 91, L2, 010; Inwerkingtreding : 1994-08-01>

  5° De leveringen van levensmiddelen aan de schuldenaar en zijn familie gedaan gedurende zes maanden.

  (6° : de schuldvorderingen van het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten tot betaling van de verplichte bijdragen in toepassing van de wet van 23 maart 1998 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, en van het Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten tot betaling van de verplichte bijdragen in toepassing van de wet van 17 maart 1993 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten;) <W 2006-07-20/39, art. 159, 028; Inwerkingtreding : 07-08-2006>
  De termijnen, in de drie vorige paragrafen bepaald, zijn die, welke aan de dood, de ontneming van het bezit of de inbeslagneming van de roerende goederen voorafgaan.
  Wanneer niet de gehele waarde van de onroerende goederen is opgebruikt voor de bevoorrechte of hypothecaire schuldvorderingen, wordt het nog verschuldigde gedeelte van de prijs bij voorrang aangewend tot voldoening van de in dit artikel vermelde schuldvorderingen.