Belgisch Gerechtelijk Wetboek : Burgerlijke rechtspleging: Bijzondere rechtsplegingen

Hoofdstuk XIII. Hoger bod op vrijwillige vervreemding.

Art. 1323. De akte waarbij veiling wordt gevorderd, op grond van artikel 115 van de wet van 16 december 1851, bevat dagvaarding op twee dagen vóór de beslagrechter voor uitspraak over de geldigheid van het hoger bod.
  Geen vonnis van voeging wordt gewezen en niet-verschenen personen worden niet opnieuw gedagvaard.

Art. 1324
. Indien een van de voorwaarden die voor de vordering gesteld zijn, niet is vervuld, wordt het hoger bod nietig verklaard en de koper gehandhaafd, tenzij andere schuldeisers een hoger bod hebben gedaan.

Art. 1325. Het vonnis van geldigverklaring van het hoger bod wijst de notaris aan die de verkoop moet doen en bepaalt het tijdstip ervan. De verkoop geschiedt volgens de oorspronkelijke voorwaarden of volgens nieuwe veilingsvoorwaarden, in onderlinge overeenstemming vastgesteld door degene die een bod doet tot verhoging van de prijs en de belanghebbende partijen.

Art. 1326. De openbare verkopingen vermeld in artikel 1621 en de verkoop uit de hand vermeld in de artikelen 1580bis en 1580ter zijn, ten behoeve van de ingeschreven hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers die op geldige wijze bij de toewijzing zijn opgeroepen, van rechtswege overwijziging mede van de prijs. Deze verkopingen zijn ten aanzien van deze schuldeisers niet onderworpen aan de formaliteiten van het hoger bod, bepaald bij artikel 115 van de wet van 16 december 1851.
  Hetzelfde geldt voor de verkopingen uit de hand, gemachtigd overeenkomstig artikel 1193ter, ten aanzien van de ingeschreven hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers die overeenkomstig deze bepaling tijdens de procedure van machtiging werden gehoord of behoorlijk werden opgeroepen.

Art. 1327. Wanneer een vordering tot geldigverklaring van het hoger bod ingeleid is overeenkomstig artikel 1323, heeft elk van de ingeschreven schuldeisers het recht om zich overeenkomstig artikel 1609 in de plaats te doen stellen van de vervolger, indien degene die een bod doet tot verhoging van de prijs of de nieuwe eigenaar niet binnen een maand na het hoger bod gevolg geeft aan de rechtspleging.
  In geval van hoger bod zijn de artikelen 1610 en 1611 mede van toepassing.

Art. 1328. Met het oog op de herverkoop ten gevolge van hoger bod, als bepaald bij artikel 117 van de wet van 16 december 1851, doet de notaris die is aangesteld bij het vonnis dat overeenkomstig artikel 1325 is gewezen, aanplakbiljetten drukken, die bevatten:
  1° de dagtekening en de aard van de akte van vervreemding waarop het hoger bod is gedaan, en de naam van de notaris voor wie zij is verleden;
  2° de prijs die in de akte is vermeld indien het een verkoop betreft, of de waardering van de onroerende goederen, zoals die voorkomt in de kennisgeving aan de ingeschreven schuldeisers, indien het enige andere akte betreft;
  3° het bedrag van het hoger bod;
  4° de naam, de voornaam en de woonplaats van de vorige eigenaar;
  5° een beknopte aanduiding van de aard en de ligging der vervreemde goederen en hun omvang volgens de kadastrale legger;
  6° de plaats, de dag en het uur van de toepassing.
  Deze aanplakbiljetten worden ten minste tien dagen vóór de toewijzing aangebracht aan de hoofdingang van de tekoopgestelde onroerende goederen en aan de deur van de notaris die met de verkoop belast is.
  Binnen dezelfde termijn worden de hierboven opgesomde vermeldingen opgenomen in een nieuwsblad van de hoofdplaats van het arrondissement of van de hoofdplaats van de provincie.
  Deze bekendmaking geschiedt ten minste tweemaal binnen de tien dagen die aan de toewijzing voorafgaan.

Art. 1329. Ten minste tien dagen vóór de toewijzing worden de vorige en de nieuwe eigenaar aangemaand om op de bepaalde plaats, dag en uur bij de toewijzing tegenwoordig te zijn.
  Gelijke aanmaning wordt gedaan aan de schuldeiser die een bod heeft gedaan tot verhoging van de prijs, indien de nieuwe eigenaar of een andere schuldeiser de vervolging instelt. Binnen dezelfde termijn worden de veilingsvoorwaarden en de akte van vervreemding die als minuut van de veiling geldt, neergelegd op het kantoor van de notaris.
  De prijs die in de akte vermeld is of de verklaarde waarde en het bedrag van het hoger bod dienen als inzet.
  Het publiek mag aan de toewijzing deelnemen.

Art. 1330. De ingeschreven schuldeisers worden eveneens voor de toewijzing opgeroepen binnen de termijn die voor de dagvaardingen is bepaald.

Art. 1331. Degene die een bod doet tot verhoging van de prijs, zelfs in geval van indeplaatsstelling van de vervolger, wordt koper verklaard, indien er zich geen andere bieder aanmeldt op de dag die voor de toewijzing is gesteld.
  Op het hoger bod zijn van toepassing de artikelen 1585, 1586, 1589, 1591, 1595 en 1599 alsook de artikelen 1600 tot 1606 betreffende het in gebreke blijven van de koper.
  De vormen, bij de artikelen 1323, 1328, 1329 en 1330 voorgeschreven, worden in acht genomen op straffe van nietigheid.
  De nietigheden moeten, op straffe van verval, worden voorgedragen op de volgende tijdstippen : die betreffende de verklaring van hoger bod; die betreffende de vormen van de tekoopstelling, ten minste acht dagen voor de toewijzing. Over de eerstgenoemde wordt recht gedaan bij het vonnis over de geldigheid van het hoger bod, en over de andere vóór de dag van de toewijzing, met voorrang boven alle andere zaken.
  Geen enkel vonnis of arrest bij verstek inzake hoger bod op vrijwillige vervreemding is vatbaar voor verzet. Alleen tegen de vonnissen over de nietigheden die vóór de geldigverklaring van het hoger bod bestonden, en tegen de vonnissen over de vordering tot indeplaatsstelling wegens heimelijke verstandhouding of bedrog staat hoger beroep open.
  Bij de toewijzing ten gevolge van een hoger bod op vrijwillige vervreemding kan geen ander hoger bod worden gedaan, behoudens evenwel de bepaling van artikel 1600 ingeval de koper in gebreke blijft. De koper kan geen lastgever aanwijzen dan op voorwaarde dat hij daarvan een verklaring aflegt voor de optredende notaris, of hem die betekent ten laatste op de eerste werkdag die volgt op de toewijzing.

Art. 1332. De gevolgen van die toewijzing worden ten aanzien van de verkoper en de koper geregeld in artikel 1599.
  De vorderingen tot nietigverklaring moeten, op straffe van verval, worden ingesteld binnen vijftien dagen na de verkoop, die overeenkomstig artikel 1 van de wet van 16 december 1851, moet worden overgeschreven.