Belgische hypotheekwet

Hoofdstuk VI. Gevolgen van de voorrechten en hypotheken tegen derden-bezitters.


  Art. 96.  De schuldeisers die een ingeschreven voorrecht of hypotheek hebben op een onroerend goed, volgen dat goed, in welke handen het ook overgaat, om gerangschikt en betaald te worden volgens de orde van hun schuldvorderingen of inschrijvingen.

  Art. 97. Indien de derde-bezitter de hierna te bepalen formaliteiten om zijn eigendom te zuiveren niet vervult, blijft hij, uit kracht van de inschrijvingen alleen, als bezitter verbonden voor alle hypothecaire schulden; elke tijdsbepaling en elk uitstel van betaling, aan de oorspronkelijke schuldenaar verleend, komen hem ten goede.

  Art. 98.  De derde-bezitter is in dit geval verplicht van het met hypotheek bezwaarde onroerend goed zonder voorbehoud afstand te doen, ofwel alle opeisbare interesten en kapitalen te voldoen, hoe groot het bedrag daarvan ook mag zijn.

  Art. 99. Voldoet de derde-bezitter niet geheel aan een van deze verplichtingen, dan heeft ieder hypothecair schuldeiser het recht om het met hypotheek bezwaarde goed tegen hem te doen verkopen, dertig dagen na bevel te hebben gedaan aan de oorspronkelijke schuldenaar, en na aanmaning aan de derde-bezitter om de opeisbare schuld te betalen of van het erf afstand te doen.
  (In de aanmaning wordt de mogelijkheid van de derde-bezitter vermeld om, op straffe van onontvankelijkheid, binnen de acht dagen die volgen op de betekening van het op hem verrichte beslag, aan de rechter ieder koopaanbod uit de hand van zijn onroerend goed over te maken.) <W 1998-07-05/57, art. 17, 014; Inwerkingtreding : 01-01-1999>

  Art. 100.  Afstand wegens hypotheek kan gedaan worden door alle derden-bezitters die niet persoonlijk verbonden zijn voor de schuld en die bekwaam zijn om te vervreemden.

  Art. 101.. Hij kan gedaan worden, zelfs nadat de derde-bezitter, uitsluitend in deze hoedanigheid, de verbintenis erkend heeft of veroordeeld is. De afstand belet niet dat de derde-bezitter, tot aan de toewijzing, het onroerend goed kan terugnemen tegen betaling van de gehele schuld en van de kosten.

  Art. 102. Afstand wegens hypotheek wordt gedaan op de griffie van de rechtbank van de plaats waar de goederen gelegen zijn, en deze rechtbank verleent daarvan akte.
  Op verzoek van de meest gerede onder de belanghebbenden, wordt een curator over het afgestane onroerend goed aangesteld, tegen wie de verkoping van het goed vervolgd wordt overeenkomstig de vormen voorgeschreven voor de uitwinning.

  Art. 103.  Beschadigingen door het toedoen of de nalatigheid van de derde-bezitter veroorzaakt, ten nadele van de hypothecaire of bevoorrechte schuldeisers, leveren grond op voor een eis tot schadevergoeding tegen hem; maar uitgaven en verbeteringen door hem gedaan kan hij slechts terugvorderen ten belope van de meerwaarde die uit de verbetering is ontstaan.

  Art. 104. De vruchten van het met hypotheek bezwaarde onroerend goed zijn door de derde-bezitter eerst verschuldigd te rekenen van de dag van de aanmaning tot afstand of tot betaling; en, indien de begonnen vervolgingen gedurende drie jaren zijn gestaakt, te rekenen van de nieuwe aanmaning die gedaan zal worden.

  Art. 105. De erfdienstbaarheden en zakelijke rechten, die de derde-bezitter had op het onroerend goed vooraleer dit in zijn bezit was, herleven na de afstand of na de tegen hem gedane toewijzing.
  Zijn persoonlijke schuldeisers oefenen hun hypotheek uit op het afgestane of toegewezen goed, volgens hun rang, na al degenen die tegen de vorige eigenaars een inschrijving hadden.

  Art. 106. De derde-bezitter die de hypothecaire schuld betaald heeft, of die van het met hypotheek bezwaarde onroerend goed heeft afstand gedaan, of die de uitwinning van dat goed heeft ondergaan, heeft zijn verhaal, als naar recht, op de hoofdschuldenaar.

  Art. 107. De derde-bezitter die zijn eigendom wil zuiveren door betaling van de prijs, moet de vormen in acht nemen die in hoofdstuk VIII hierna zijn voorgeschreven.