Belgische hypotheekwet

Hoofdstuk VIII.  Wijze waarop eigendommen van de voorrechten en hypotheken worden gezuiverd.

Art. 109. De overdrager draagt aan de verkrijger slechts de eigendom en de rechten over die hij zelf op het overgedragene bezat; hij draagt die over onder verband van dezelfde voorrechten en hypotheken als waarmede hij bezwaard was.

Art. 110. De nieuwe eigenaar die zich wil beveiligen tegen de gevolgen van de vervolgingen die op grond van hoofdstuk VI hiervoren kunnen worden ingesteld is gehouden hetzij vóór de vervolgingen, hetzij uiterlijk binnen dertig dagen te rekenen van de eerste hem gedane aanmaning, aan de schuldeisers, ter woonplaats door hen bij de inschrijvingen gekozen, te betekenen :
  1° De dagtekening van zijn titel, indien deze authentiek is, of die van de notariële akte of van het vonnis, houdende erkenning van de onderhandse akte; de naam en de standplaats van de notaris voor wie de akte is verleden, ofwel de rechtbank die het vonnis heeft gewezen; de aanwijzing van de partijen; de nauwkeurige aanduiding van de onroerende goederen; de prijs en de lasten die van de koopprijs deel uitmaken; de waardering van deze lasten en die van de prijs zelf, indien deze bestaat in een lijfrente of in enige andere verbintenis dan het betalen van een bepaald kapitaal, en ten slotte, de waardering van de zaak, indien deze geschonken is of overgedragen onder enige andere titel dan die van verkoop;
  2° De opgave van de dagtekening, het boekdeel en het nummer van de overschrijving;
  3° Een tabel in drie kolommen, waarvan de eerste bevat de dagtekening van de hypotheken en die van de inschrijvingen, alsook de opgave van het boekdeel en het nummer van die inschrijvingen; de tweede, de naam van de schuldeisers; en de derde, het bedrag van de ingeschreven schuldvorderingen.

  Art. 111. De nieuwe eigenaar kan van het recht, hem bij het vorige artikel verleend, slechts gebruik maken onder voorwaarde dat hij de voorgeschreven kennisgeving doet binnen een jaar te rekenen van de overschrijving van de titel van verkrijging.

  Art. 112. De in de vorige artikelen vermelde kennisgeving moet alleen gedaan worden aan de schuldeisers die vóór de overschrijving van de akte van verkrijging ingeschreven waren.
  Elke inschrijving, die na die overschrijving genomen wordt tegen de vorige eigenaars, blijft zonder werking.

  Art. 113. De nieuwe eigenaar verklaart bij dezelfde akte, dat hij de hypothecaire schulden en lasten zal voldoen ten belope van de prijs of van de opgegeven waarde, zonder enige aftrek ten voordele van de verkoper of van wie ook.
  Behoudens beding van het tegendeel in de titels van de schuldvorderingen, zal hij het genot hebben van elke tijdsbepaling en van elk uitstel van betaling, aan de oorspronkelijke schuldenaar verleend, en hij zal die welke tegen de laatstgenoemde waren bedongen, in acht nemen.
  De niet vervallen schuldvorderingen die slechts voor een gedeelte batig zijn gerangschikt, zijn onmiddellijk opeisbaar, ten belope van dit gedeelte ten aanzien van de nieuwe eigenaar, en voor het geheel ten aanzien van de schuldenaar.

  Art. 114. Indien zich onder de schuldeisers een verkoper bevindt, die bevoorrecht is en die tevens een rechtsvordering tot ontbinding bezit, zal hij, te rekenen van de hem gedane kennisgeving, veertig dagen tijd hebben om tussen de twee rechten een keuze te doen, op straffe van verval van zijn rechtsvordering tot ontbinding, zodat hij alleen nog zijn voorrecht kan opeisen.
  Indien hij de ontbinding van het contract verkiest, zal hij zulks op straffe van verval moeten verklaren op de griffie van de rechtbank, voor welke de rangregeling moet worden vervolgd.
  De verklaring zal binnen de hierboven bepaalde tijd worden gedaan, en binnen tien dagen worden gevolgd door het instellen van de eis tot ontbinding.
  Te rekenen van de dag waarop de verkoper de rechtsvordering tot ontbinding verkozen heeft, is de zuivering geschorst en zij kan pas worden hervat nadat de verkoper afstand heeft gedaan van de rechtsvordering tot ontbinding, of nadat deze vordering is afgewezen.
  De voorafgaande bepalingen zijn van toepassing op de ruiler en op de schenker.

  Art. 115. Wanneer de nieuwe eigenaar de bovenvermelde kennisgeving binnen de bepaalde tijd gedaan heeft, kan ieder schuldeiser wiens titel is ingeschreven, vorderen dat het onroerend goed in openbare veiling verkocht wordt, onder voorwaarde :
  1° Dat deze vordering door een (deurwaarder) aan de nieuwe eigenaar wordt betekend, uiterlijk binnen veertig dagen na de kennisgeving gedaan ten verzoeke van de laatstgenoemde, (met toevoeging van een dag per vijf myriameter afstand tussen de gekozen woonplaats en de werkelijke woonplaats van de schuldeiser die het verste af woont van de rechtbank die van de rangregeling moet kennis nemen;) <W 05-07-1963, art. 48, § 4> <KBN301 30-03-1936, art. 1, niet uitdrukkelijk gewijzigd>
  2° Dat zij een bod bevat waarbij de verzoeker of een door hem aangewezen persoon de prijs verhoogt met een twintigste boven de prijs die in het contract was bedongen of door de nieuwe eigenaar was opgegeven. Dit bod slaat op de hoofdprijs en de lasten, zonder enige aftrek ten nadele van de ingeschreven schuldeisers. de kosten van het eerste contract hoeven niet in aanmerking te komen;
  3° Dat dezelfde betekening binnen dezelfde termijn gedaan wordt aan de vorige eigenaar en aan de hoofdschuldenaar;
  4° Dat het origineel en de afschriften van deze exploten worden ondertekend door de verzoekende schuldeiser of door zijn gemachtigde, voorzien van een uitdrukkelijke volmacht, die in dit geval verplicht is afschrift van zijn volmacht te geven.
  Zij moeten in voorkomend geval ook ondertekend worden door de derde-bieder;
  5° Dat de verzoeker aanbiedt persoonlijke of hypothecaire borg te stellen ten belope van vijfentwintig t.h. van de prijs en van de lasten, ofwel, wanneer hij een gelijk bedrag in consignatie gegeven heeft, dat hij afschrift betekent van het bewijs van consignatie.
  Alles op straffe van nietigheid.

  Art. 116. Indien de schuldeisers de veiling niet hebben gevorderd in de voorgeschreven vorm en binnen de gestelde tijd, blijft de waarde van het onroerend goed onherroepelijk bepaald op de prijs die in het contract was bedongen of door de nieuwe eigenaar was opgegeven.
  De inschrijvingen die niet in batige rang komen ten opzichte van de prijs, worden doorgehaald voor het gedeelte dat de prijs te boven gaat, ingevolge de minnelijke of gerechtelijke rangregeling, opgemaakt overeenkomstig de wetten op de rechtspleging.
  De nieuwe eigenaar bevrijdt zich van de voorrechten en hypotheken, hetzij door aan de batig gerangschikte schuldeisers het bedrag te betalen van de opeisbare schuldvorderingen of van de schuldvorderingen die hij vrij is te voldoen, hetzij door de prijs ten belope van de schuldvorderingen in consignatie te geven.
  Hij blijft onderworpen aan de batig gerangschikte voorrechten en hypotheken, voor de niet opeisbare schuldvorderingen waarvan hij zich niet zou willen of kunnen bevrijden.

  Art. 117.  In geval van herverkoop ten gevolge van hoger bod, geschiedt die herverkoop met inachtneming van de vormen die door het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn bepaald.

  Art. 118. Hij aan wie het goed wordt toegewezen, is gehouden de toewijzingsprijs te voldoen en bovendien de verkrijger of de begiftigde; die het bezit verloren heeft, te vergoeden voor de wettig gemaakte kosten van zijn contract, voor die van de overschrijving op de registers van de bewaarder, voor die van de kennisgeving en voor die welke door hem zijn gemaakt om de herverkoop te bekomen.

  Art. 119. De verkrijger of de begiftigde, die het geveilde onroerend goed als laatste bieder behoudt, is niet verplicht het vonnis van toewijzing te doen overschrijven.

  Art. 120. De schuldeiser die de veiling heeft gevorderd en van zijn vordering afstand doet, kan, zelfs indien hij het bedrag van het bod betaalt, de openbare veiling niet beletten, tenzij al de overige hypothecaire schuldeisers daarin uitdrukkelijk toestemmen, of tenzij dezen, na door een deurwaarder te zijn aangemaand om binnen vijftien dagen de veiling te vervolgen, aan die aanmaning geen gevolg geven. In dit geval behoort het bedrag van het bod aan de schuldeisers, volgens de rang van hun schuldvorderingen.

  Art. 121. De verkrijger aan wie het goed wordt toegewezen, kan het bedrag dat de bij zijn titel bedongen prijs te boven gaat, en de interest van dat bedrag te rekenen van de dag van elke betaling, op de verkoper verhalen als naar recht.

  Art. 122. Ingeval de titel van de nieuwe eigenaar onroerende en roerende goederen omvat, of verscheidene onroerende goederen, de ene met hypotheek bezwaard en de andere niet, ongeacht of zij gelegen zijn in een zelfde dan wel in verschillende arrondissementen, vervreemd zijn tegen een en dezelfde prijs dan wel tegen verschillende en afzonderlijke prijzen, al dan niet behoren tot een zelfde bedrijf, dan zal, indien daartoe reden bestaat, de prijs van ieder onroerend goed waarop bijzondere en afzonderlijke inschrijvingen zijn genomen, in de kennisgeving van de nieuwe eigenaar worden opgegeven bij vergelijkende waardering naar evenredigheid van de totale in de titel vermelde prijs.
  De schuldeiser die een bod doet tot verhoging van de prijs, kan in geen geval verplicht worden in zijn bod te begrijpen hetzij roerende goederen, hetzij andere onroerende goederen dan die welke voor zijn schuldvordering met hypotheek bezwaard zijn en in hetzelfde arrondissement zijn gelegen; behoudens het verhaal van de nieuwe eigenaar op zijn rechtsvoorgangers, tot vergoeding van de schade die hij mocht lijden door de verdeling van door hem verkregen goederen of door de splitsing van bedrijven.