Notariswet

Titel II. - Organisatie van het notarisambt

Afdeling I. - Getal en spreiding van de kantoren. Boekhouding

...
Art. 33. Ieder notaris moet boek houden van al hetgeen hij ontvangen en uitgegeven heeft naar aanleiding van een akte of een verrichting van zijn ambt dan wel voor rekening van cliënten of lastgevers.

Voor het geval dat notarissen hun beroep in associatie uitoefenen binnen een vennootschap, wordt er één enkele boekhouding op naam van de vennootschap gevoerd.

Uit die boekhouding moet te allen tijde de toestand van het kantoor onmiddellijk kunnen worden gekend.

De boeken worden bewaard tot het verstrijken van het tiende jaar na de datum van afsluiting. Het toezicht op de boekhouding wordt bij koninklijk besluit geregeld.

Artikel 34