De Belgische notariswet: Titel II. - Organisatie van het notarisambt

Afdeling II. - Vereisten om tot notaris benoemd te worden en wijze van benoeming

 Art. 36. <W 1999-05-04/03, art. 21, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

§ 1. Om een stagecertificaat te verkrijgen, moet de betrokkene als voornaamste activiteit een stage van ten minste drie volle jaren verrichten in een of meer notariskantoren. De stage kan maximaal voor de duur van één jaar onderbroken worden.
  Onverminderd het bepaalde in het vorige lid mag voor een maximale duur van één jaar de stage ook worden verricht :
  1° in een of meer notariskantoren in het buitenland;
  2° in een Belgisch registratiekantoor;
  3° in een Belgisch hypotheekkantoor;
  4° als assistent aan de faculteit voor rechtsgeleerdheid van een universiteit;
  5° bij de balie.

  § 2. De stage kan pas ingaan nadat de betrokkene het diploma van licentiaat in het notariaat heeft behaald.
  De Nationale Kamer van notarissen kan een afwijking aangaande de aanvangsdatum van de stageperiode toestaan indien de betrokkene gedurende minstens vijf jaar als voornaamste beroepsactiviteit een juridische functie in een of meer notariskantoren heeft uitgeoefend.

  § 3. De militaire dienst of de vervangende burgerdienst gelden niet als onderbreking, maar slechts als schorsing van de stage.
  De stage mag ook worden geschorst voor een maximale duur van één jaar mits toestemming van de Nationale Kamer van notarissen.

  § 4. De duur van de stage moet blijken uit de attesten opgesteld door de stagemeester(s).
  Deze attesten worden in tweevoud opgemaakt. Een exemplaar wordt aan de stagiair tegen ontvangstbewijs afgegeven. Het tweede wordt aan de Nationale Kamer van notarissen overgezonden.
  Na ontvangst van de stageattesten en controle van hun overeenstemming met de in dit artikel vermelde voorwaarden reikt de Nationale Kamer van notarissen aan de stagiair een stagecertificaat uit.