De Belgische notariswet: Titel II. - Organisatie van het notarisambt

Afdeling II. - Vereisten om tot notaris benoemd te worden en wijze van benoeming

  Art. 37. <Opnieuw opgenomen bij W 1999-05-04/03, art. 22, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

§ 1. De stagiairs en de houders van een stagecertificaat die als voornaamste beroepsactiviteit een juridische functie in een notariskantoor of een notariële instelling uitoefenen, worden om de drie jaar geëvalueerd door een evaluatiecommissie van het genootschap van notarissen waar zij hun beroepsactiviteit uitoefenen. Een eerste evaluatie vindt plaats na één jaar stage. Betrokkenen kunnen tevens een evaluatie vragen telkens wanneer de stage of de beroepsactiviteit in een notariskantoor of een notariële instelling wordt beëindigd. De houder van het stagecertificaat die daartoe de wens uitdrukt, wordt echter niet meer geëvalueerd.
  De evaluatie geschiedt op grond van de volgende criteria :
  1° de bekwaamheid;
  2° de geschiktheid voor het ambt.
  De Koning bepaalt uniforme standaarden waaraan de evaluaties moeten voldoen.

  § 2. Binnen elk genootschap van notarissen worden minstens twee evaluatiecommissies ingesteld. Deze commissies bestaan uit drie leden, aangewezen voor een éénmalig hernieuwbare termijn van drie jaar, te weten :
  - een notaris-titularis of geassocieerd notaris verkozen door het genootschap. Indien het genootschap meerdere gerechtelijke arrondissementen telt kan geen tweede notaris uit een bepaald arrondissement als lid worden gekozen tenzij alle arrondissementen reeds een lid tellen in een evaluatiecommissie;
  - een erenotaris aangewezen door het genootschap;
  - een extern lid, vanwege zijn deskundigheid aangewezen door de minister van Justitie op voordracht van de bevoegde benoemingscommissie.
  Elk genootschap verzorgt het secretariaat van de evaluatiecommissies. De leden van de evaluatiecommissies ontvangen een vergoeding waarvan het bedrag door de Koning wordt vastgesteld.
  De evaluatiecommissie onthoudt zich ervan iemand te evalueren indien één van haar leden een persoonlijk of rechtstreeks belang heeft, of indien :
  1° een lid zich ten opzichte van de geëvalueerde in een graad van verwantschap bedoeld in artikel 8, bevindt;
  2° een lid werkgever is of is geweest van de betrokkene of gezag over hem uitoefent of heeft uitgeoefend op professioneel vlak.
  In die gevallen wordt de betrokkene geëvalueerd door een andere evaluatiecommissie.

  § 3. De evaluatiecommissie gaat over tot de evaluatie na de stagemeester of de werkgever en de geëvalueerde gehoord te hebben. Het verslag van de evaluatiecommissie wordt opgesteld bij consensus van de leden. Bij gebreke van een consensus worden de verschillende meningen opgenomen in het verslag. Het evaluatieverslag wordt overgezonden aan de geëvalueerde en aan de kamer van notarissen.

  § 4. Indien de betrokkene opmerkingen heeft, moet hij deze, op straffe van verval, binnen één maand na ontvangst van het evaluatieverslag, bij een ter post aangetekende brief, overzenden aan de betrokken evaluatiecommissie.

  § 5. Een exemplaar van het evaluatieverslag wordt, in voorkomend geval samen met de opmerkingen, door de evaluatiecommissie overgezonden aan de kamer van notarissen die het ter beschikking houdt van het adviescomité.

  § 6. Wanneer de betrokkene een notariskantoor of een notariële instelling gelegen in een andere provincie vervoegt, wordt zijn evaluatiedossier aan de kamer van notarissen van die provincie overgezonden.

  § 7. De leden van de betrokken evaluatiecommissies, van de kamers van notarissen en hun aangestelden die kennis hebben van de inhoud van het dossier, zijn tot geheimhouding verplicht. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.