De Belgische notariswet: Titel II. - Organisatie van het notarisambt
Afdeling II. - Vereisten om tot notaris benoemd te worden en
wijze van benoeming
Art. 38bis. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 22,
Inwerkingtreding : 01-10-1999 (KB 26-10-1999, art 1, BS 30-10-1999)>
Er bestaat één adviescomité van notarissen per
provincie, dat belast is met het uitbrengen van adviezen ten behoeve
van de benoemingscommissies.
Voor de toepassing van deze wet wordt het grondgebied van de
tweetalige vredegerechtskantons van het gerechtelijk arrondissement
Brussel, bedoeld in artikel 43, § 12, tweede lid, van de wet van
15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, beschouwd als
een elfde provincie.
Elk adviescomité is als volgt samengesteld:
1° vier notarissen waarbij, indien het genootschap meerdere
gerechtelijke arrondissementen omvat, uit één
arrondissement hoogstens twee leden kunnen afkomstig zijn;
2° één kandidaat-notaris ingeschreven op het tableau.
De leden notarissen worden aangewezen door de betrokken kamers
van notarissen. Minstens één van hen moet lid zijn van de
kamer.
Van het adviescomité voor Brussel-Hoofdstad dienen twee
notarissen behorend tot de Franse en twee behorend tot de Nederlandse
taalrol deel uit te maken.
De leden kandidaat-notarissen worden aangewezen door de minister
van Justitie op voordracht van een representatieve vereniging van
licentiaten in het notariaat. Over de representativiteit van deze
vereniging wordt door de Koning beslist ondermeer op basis van het
aantal leden ervan.
Het lid kandidaat-notaris van het adviescomité voor
Brussel-Hoofdstad behoort afwisselend tot de Nederlandse en tot de
Franse taalrol.
Voor elk lid wordt op dezelfde wijze een plaatsvervanger aangewezen.
De leden van een adviescomité hebben zitting voor een
termijn van één jaar en hun mandaat is maximaal driemaal
hernieuwbaar.
Het is de leden van een adviescomité verboden deel te
nemen aan een beraadslaging of een beslissing waarbij zij een
persoonlijk of rechtstreeks belang hebben of indien :
1° een lid zich ten opzichte van de kandidaat in een graad van verwantschap bedoeld in artikel 8, bevindt;
2° een lid werkgever is of is geweest van de kandidaat of
gezag over hem uitoefent of heeft uitgeoefend op professioneel vlak.
De werking van de adviescomités wordt bepaald door de Nationale Kamer van notarissen.
De Koning bepaalt uniforme standaarden waaraan de adviezen die
betrekking moeten hebben op de bekwaamheid en geschiktheid van de
kandidaat, moeten voldoen.