De Belgische notariswet: Titel II. - Organisatie van het notarisambt
Afdeling II. - Vereisten om tot notaris benoemd te worden en
wijze van benoeming
Art. 41. <Opnieuw opgenomen bij W 1999-05-04/03, art. 22, Inwerkingtreding : 01-01-2000>
§ 1. Wanneer een kandidaat-notaris sedert ten minste zes maanden
zijn voornaamste beroepsactiviteit niet meer in een notariskantoor
uitoefent, wordt zijn inschrijving op het in artikel 77 bedoelde
tableau door de kamer van notarissen weggelaten. De kandidaat-notaris
kan evenwel om ernstige redenen vragen dat zijn inschrijving op het
tableau wordt gehandhaafd. De kandidaat-notaris wordt gehoord.
De beslissing van de kamer van notarissen wordt met redenen
omkleed en binnen één maand wordt er kennis van gegeven
aan de kandidaat-notaris. Deze laatste kan, binnen een termijn van
één maand na de kennisgeving, tegen die beslissing bij
een ter post aangetekende brief beroep instellen bij de Nationale Kamer
van notarissen.
Het directiecomité bedoeld in artikel 92, § 1, hoort
de kandidaat-notaris en doet binnen twee maanden na de instelling van
het beroep, uitspraak. Van de met redenen omklede beslissing wordt
binnen de kortst mogelijke tijd kennis gegeven aan de kandidaat-notaris
en de betrokken kamer.
§ 2. De kandidaat-notaris die zijn beroepsactiviteit in een
notariskantoor beëindigt, kan de kamer van notarissen om de
weglating van zijn inschrijving op het tableau verzoeken.
§ 3. Een kandidaat-notaris die met toepassing van § 1 of
§ 2 weggelaten is van het tableau kan op elk ogenblik aan de kamer
van notarissen van het rechtsgebied waar hij opnieuw zijn voornaamste
beroepsactiviteit in een notariskantoor uitoefent, zijn
wederinschrijving vragen. Tegen een weigering is beroep mogelijk bij de
Nationale Kamer van notarissen overeenkomstig de regels bepaald in
§ 1.