Algemeen reglementair kader met betrekking tot de regels van de notariële praktijk
Hoofdstuk II – Algemene principes

Adeling 1. Mede-optreden van meerdere notarissen

Artikel 4. Het in acht nemen van het principe van de vrije keuze van notaris voor iedere partij bij de akte houdt in :
1° dat er geen rekening mag gehouden worden met bedingen of bijzondere overeenkomsten waardoor een van de partijen aan de andere partij of aan een derde de keuze van notaris zou overlaten;
2° dat deze keuze, met inbegrip van de wijziging van de initiële aanwijzing, gedaan mag worden tot aan de ondertekening van de notariële akte;
3° dat er geen afbreuk gedaan mag worden aan de regel volgens dewelke de medewerking van meer dan één notaris aan de akte het ereloon ervan niet verhoogt.

Commentaar
Punt 1 beoogt de notariële rechtsleer voorafgaand aan de wetten van 1999, volgens dewelke een overeenkomst tussen partijen waardoor aan een van beide de keuze van notaris overgelaten wordt geldig en bindend was. De wetgever van 1999 heeft duidelijk de keuzevrijheid gezien als een bescherming van de belangen van iedere partij in het vooruitzicht van een conflict tussen deze belangen. De mogelijkheid om bij overeenkomst de keuze van notaris aan een van de partijen over te laten moet nu dus uitgesloten worden.
Punt 2 benadrukt dat de vrije keuze zo belangrijk is dat deze tot op het laatste ogenblik moet kunnen uitgeoefend worden. Bijgevolg kan het mede-optreden van een confrater (ongeacht of deze gevraagd wordt naast de aanvankelijk aangewezen notaris, of ter vervanging van deze) nooit geweigerd worden met als voorwendsel dat zijn aanwijzing laattijdig zou zijn.
Punt 3 herinnert aan de regel van artikel 13 van het Koninklijk Besluit van 16 december 1950 houdende het tarief van het ereloon van notarissen.