Notariswet

De Belgische notariswet anno 2006:

TITEL I. - Notarissen en notariële akten.

Afdeling I. - Ambt, ambtsgebied en plichten van de notarissen.

Artikel 1. Notarissen zijn openbare ambtenaren, aangesteld om alle akten en contracten te verlijden waaraan partijen de authenticiteit van overheidsakten moeten of willen doen verlenen, de dagtekening ervan te verzekeren, ze in bewaring te houden en er grossen en uitgiften van af te geven.

Onder voorbehoud van de rechten der openbare overheid zijn alleen zij bevoegd om onroerende goederen, renten en hypothecaire schuldvorderingen openbaar te verkopen. De toewijzing mag niet dan aan de hoogst- en laatstbiedende geschieden.

Art. 2. Notarissen worden aangesteld tot de leeftijd van zevenenzestig jaar. Een jaar voor het bereiken van deze leeftijdsgrens worden zij als ontslagnemend beschouwd zodat met de procedure om te voorzien in hun vervanging een aanvang kan worden genomen.

Een notaris die voordien zijn ontslag indient, wordt vanaf de aanvaarding als ontslagnemend beschouwd. Deze ontslagnemende notaris kan, wanneer dit hem wordt toegestaan, zijn ambt uitoefenen tot de eedaflegging van zijn opvolger of tot de kennisgeving van het koninklijk besluit waarbij zijn standplaats wordt opgeheven.

Art. 3. Zij zijn verplicht hun dienst te verlenen wanneer zij daartoe worden verzocht.

Art. 4. Iedere notaris moet verblijf houden in de standplaats hem door de Koning aangewezen. Bij overtreding wordt hij als ontslagnemend beschouwd; dientengevolge kan de Minister van Justitie, na advies van de rechtbank, aan de Koning voorstellen hem te vervangen.

Art. 5. § 1. Notarissen oefenen hun ambt uit binnen het gerechtelijk arrondissement waarin hun standplaats gelegen is. De notarissen met standplaats in het gerechtelijk arrondissement Verviers of in het gerechtelijk arrondissement Eupen oefenen evenwel hun ambt uit in het gebied van die twee arrondissementen. § 2. Notarissen mogen niettemin akten verlijden buiten hun ambtsgebied in de gevallen dat de partijen enkel door persoonlijke verschijning kunnen optreden in de akte en zij in de akte de verklaring afleggen dat zij fysiek niet in staat zijn zich te verplaatsen naar het kantoor van de instrumenterende notaris.

Art. 6. Het is de notaris verboden :

1° zijn bediening uit te oefenen buiten zijn ambtsgebied, behalve in de in artikel 5, § 2, bedoelde gevallen;

2° een kantoor of een bijkantoor te hebben buiten zijn standplaats, behoudens het geval bedoeld in artikel 52, § 1;

3° zich van een stroman te bedienen voor handelingen die hij niet zelf mag verrichten;

4° in de akten die hij verlijdt, zijn klerken te laten optreden anders dan om zich sterk te maken voor een bepaald persoon of ingevolge een algemene of bijzondere schriftelijke lastgeving;

5° in enigerlei hoedanigheid in te staan of zich borg te stellen voor de leningen die hij gelast is vast te stellen;

6° zelf of door een tussenpersoon handel te drijven;

7° zelf of door een tussenpersoon zaakvoerder, gemachtigd bestuurder of vereffenaar te zijn van een handelsvennootschap of van een nijverheids- of handelsinrichting;

8° zelf of door een tussenpersoon bestuurder te zijn van een handelsvennootschap of van een nijverheids- of handelsonderneming, tenzij hij daartoe vergunning heeft gekregen van de minister van Justitie;

9° op eigen naam of door een tussenpersoon fondsen die hij in bewaring ontvangen heeft, te eigen bate te beleggen;

10° biljetten of schuldbekentenissen te laten ondertekenen, waarin de naam van de schuldeiser oningevuld is gebleven.

De in 7° en 8° vermelde verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op de mandaten in verenigingen of instellingen in verband met zijn beroep.

Art. 7. Het ambt van notaris is, behoudens de onverenigbaarheden als bedoeld in het Gerechtelijk Wetboek, de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en de bijzondere wetten, onverenigbaar met het ambt van ontvanger der directe of indirecte belastingen en het ambt van commissaris van politie.

 

2747.com / law / notarieel recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht