De Belgische notariswet: Titel I. - Notarissen en notariële akten

Afdeling II. - Akten en vorm van de akten; minuten, grossen, uitgiften en repertoria

Art. 8. De notarissen mogen geen akten verlijden waarin zij zelf, hun echtgenoot of hun bloed- of aanverwanten, in de rechte lijn zonder onderscheid van graad, en in de zijlijn tot en met de derde graad, partij zijn of waarin enige bepaling te hunnen voordele voorkomt.

De bovenstaande bepaling geldt niet voor de notulen van de algemene vergadering van aandeel- of obligatiehouders van een kapitaalvennootschap, van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of van een coöperatieve vennootschap, tenzij de notaris, zijn echtgenoot, zijn bloedverwant of zijn aanverwant in de verboden graad lid van het bureau, bestuurder, zaakvoerder, commissaris of vereffenaar van de vennootschap is.

Art. 9. § 1. De akten worden verleden voor een of meer notarissen. Behoudens de gevallen waarin is voorzien in de aanstelling van de notaris door de rechtbank, kan elke partij vrij een notaris aanwijzen.

Wanneer een notaris manifest tegenstrijdige belangen of de aanwezigheid van duidelijk onevenwichtige bedingen vaststelt, vestigt hij hierop de aandacht van de partijen en deelt hen mee dat elke partij de vrije keuze heeft om een andere notaris aan te wijzen of zich te laten bijstaan door een raadsman.

De notaris licht elke partij altijd volledig in over de rechten, verplichtingen en lasten die voortvloeien uit de rechtshandelingen waarbij zij betrokken is en geeft aan alle partijen op onpartijdige wijze raad.

§ 2. Twee notarissen die bloed- of aanverwant zijn in een bij artikel 8 verboden graad of die geassocieerd zijn, mogen niet samen optreden in eenzelfde akte zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, 1° en 2°.

Wanneer een akte voor meerdere notarissen wordt verleden, moet de naam van de notaris die de minuut ervan bewaart, worden vermeld.

Art. 10. De notaris die alleen optreedt, moet worden bijgestaan door twee getuigen :

1° bij het verlijden van openbare testamenten en van akten die een herroeping van die testamenten inhouden;

2° wanneer één van de partijen niet in staat is te ondertekenen of niet kan ondertekenen, blind of doofstom is.

Het internationaal testament wordt altijd verleden voor een of meer notarissen, bijgestaan door twee getuigen. De getuigen moeten de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en kunnen ondertekenen.

Mogen geen getuigen zijn, de notaris met wie de instrumenterende notaris geassocieerd is, noch de echtgenoot, de bloed- of aanverwanten in een bij artikel 8 verboden graad, de klerken en de personeelsleden, hetzij van de instrumenterende notaris, hetzij van een notaris met wie deze geassocieerd is, hetzij van één van de partijen.

Echtgenoten mogen geen getuige zijn bij eenzelfde akte.

Daarenboven mogen de legatarissen, ten welken titel ook, hun echtgenoot, hun bloed- of aanverwanten in een bij artikel 8 verboden graad, noch hun personeelsleden, bij een openbaar testament of een akte die een herroeping van dergelijk testament inhoudt, als getuige optreden.

Art. 11. De naam, voornamen, plaats en datum van geboorte en woonplaats van de ondertekenende partijen moeten de notaris bekend zijn of hem worden aangetoond met in de akte te vermelden bewijskrachtige identiteitsbewijzen of hem in de akte worden geattesteerd door twee hem bekende personen, die de vereiste hoedanigheid bezitten om instrumentair getuige te zijn.

Art. 12. par. 1 : Alle akten vermelden de naam, de gebruikelijke voornaam en de standplaats van de notaris die ze opmaakt. Een geassocieerde notaris vermeldt deze hoedanigheid en de zetel van de vennootschap in plaats van zijn standplaats. De partijen worden in de akte vermeld met hun naam, gevolgd door de voornamen, plaats en datum van geboorte en hun woonplaats. Ingeval de waarmerking op basis van de identiteitskaart gebeurt, volstaan de eerste twee voornamen in de plaats van de opname van alle voornamen. De voornamen worden vermeld in de volgorde waarin zij voorkomen in het stuk op grond waarvan de identificatie is gebeurd.

De akten vermelden eveneens de namen, de gebruikelijke voornamen en de woonplaats van de in de artikelen 10 en 11 bedoelde getuigen, alsook de plaats waar en de datum waarop de akten worden verleden.

De datum van ondertekening van de akte door de notaris en de bedragen die het voorwerp uitmaken van een betalingsverplichting worden voluit geschreven. De volmachten van de contractanten worden aan de minuut gehecht. In het geval dat de instrumenterende notaris de minuut van gezegde volmacht bewaart, of indien hij het brevet of de uitgifte ervan reeds aan een akte van zijn ambt gehecht heeft, moet de volmacht niet aan de minuut worden gehecht.

De akte wordt toegelicht. De vermeldingen bedoeld in het eerste lid en het tweede lid worden altijd integraal voorgelezen, alsook de wijzigingen die werden aangebracht aan het vooraf meegedeelde ontwerp van de akte.

De akte wordt steeds integraal voorgelezen in de gevallen bedoeld in artikel 10, alsook wanneer het ontwerp van de akte niet tijdig aan de partijen en aan de tussenkomende personen voorafgaandelijk meegedeeld werd.

Het ontwerp van de akte wordt, behoudens andersluidende verklaring aangebracht door een partij, geacht tijdig te zijn ontvangen wanneer de partijen deze minstens vijf werkdagen voor het verlijden van de akte hebben ontvangen.

Van de toelichting van de akte, van de datum waarop de partijen in voorkomend geval vooraf kennis hebben gekregen van het ontwerp van de akte en van de gedeeltelijke of integrale voorlezing van de akte wordt in het slot van de akte melding gemaakt.

Art. 13. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 971 tot 998 en 1001 van het Burgerlijk Wetboek betreffende de testamenten, worden de notariële akten onuitwisbaar, leesbaar, zonder verkortingen, witte vakken, gapingen of tussenruimten met de hand geschreven of mechanisch vervaardigd, zoals door middel van machineschrift, druk, lithografie, typografie; op ieder enkel of dubbel blad van een akte die meer dan één blad beslaat, wordt vermeld welk nummer het heeft. Deze vermelding wordt geparafeerd of getekend door alle ondertekenaars van de akte, tenzij hun paraaf of handtekening reeds op het blad voorkomt; een en ander onder verantwoordelijkheid van de notaris en op straffe van 100 frank geldboete te zijnen laste. (NOTA : lezen 2,50 euros als bedoeld in art. 3. W 2000-06-26/42) De Koning kan de nodige maatregelen voorschrijven om de mechanisch vervaardigde notariële akten in goede staat te doen bewaren.

Art. 14. De akten worden ondertekend door de partijen, de getuigen en de notaris. Van de ondertekening wordt melding gemaakt in het slot van de akte.

Indien de partijen niet kunnen tekenen of daartoe niet in staat zijn, maakt de notaris in het slot van de akte melding van hun verklaringen dienaangaande.

Art. 15. Renvooien of bijvoegingen mogen, behoudens de hierna bepaalde uitzondering, slechts op de kant van de akte geschreven worden; zij worden zowel door de notarissen als door de andere ondertekenaars getekend of geparafeerd, op straffe van nietigheid van die renvooien of bijvoegingen. Indien een renvooi wegens zijn omvang aan het slot van de akte moet geplaatst worden, moet het niet alleen getekend of geparafeerd worden, zoals de renvooien op de kant, maar ook nog uitdrukkelijk goedgekeurd door de partijen, op straffe van nietigheid van het renvooi.

Art. 16. Overschrijvingen, tussenregels en bijvoegingen in het lichaam van de akte zijn niet geoorloofd; de over- of tussengeschreven woorden alsmede de bijgevoegde woorden zijn nietig. Indien er woorden moeten worden doorgehaald, moet dit op zodanige wijze geschieden dat hun getal op de kant van dezelfde bladzijde of aan het slot van de akte kan vermeld worden en goedgekeurd gelijk de renvooien op de kant; alles op straffe van 1,25 euros geldboete ten laste van de notaris, van schadeloosstelling en zelfs van afzetting in geval van bedrog.

Art. 17. De notaris die de wetten en de besluiten overtreedt betreffende de afgeschafte namen en hoedanigheden, de feodale bedingen en uitdrukkingen, de wettelijke meeteenheden en -werktuigen, alsmede het tiendelig stelsel, wordt veroordeeld tot honderd frank geldboete, te verdubbelen in geval van herhaling.

Art. 19. Alle notariële akten leveren bewijs op in rechte en zijn in het gehele Rijk uitvoerbaar.

In geval van strafvordering wegens valsheid wordt de uitvoering van de van valsheid betichte akte niettemin geschorst door het arrest waarbij de Kamer van inbeschuldigingstelling (de zaak naar het Assisenhof verwijst of, ingeval van correctionalisering van het misdrijf, door de uitspraak van het gerecht dat de zaak naar de correctionele rechtbank verwijst); in geval van valsheidsincident kan de burgerlijke rechtbank, al naar de ernst van de omstandigheden, de uitvoering van de akte voorlopig schorsen.

Wanneer in een notariële akte wordt verwezen naar een vroeger verleden akte, zijn beide akten samen uitvoerbaar, mits zij voldoen aan de bepalingen van artikel 12. In de meest recente akte dient bovendien de verklaring van de partijen te worden opgenomen waarin ze bevestigen dat beide akten één geheel vormen om samen als authentieke akte te gelden.

Art. 20. De notaris is verplicht de minuut te bewaren van alle akten die hij verlijdt. Onder deze bepaling vallen echter niet de verklaringen betreffende het in leven zijn van personen, de volmachten, akten van bekendheid, kwijtingen van pachtgelden, huurgelden, lonen, pensioenuitkeringen en rentetermijnen, en andere eenvoudige akten die volgens de wet in brevet mogen worden uitgegeven.

Art. 21. Alleen de notaris die de minuut bewaart, heeft het recht grossen en uitgiften af te geven; niettemin mag elke notaris afschriften uitreiken van akten die bij hem als minuut zijn neergelegd.

Art. 22. De notaris mag geen minuut uit handen geven, behalve in de gevallen bij de wet bepaald of krachtens een vonnis.

Moet hij een minuut uit handen geven, dan laat hij daarvan een fotografische afdruk maken en deze wordt, na vergelijking met het origineel door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die daarvan proces-verbaal opmaakt, in de plaats gesteld van de minuut tot dat deze wordt teruggegeven; de notaris mag er grossen of uitgiften van afgeven, met vermelding van het opgemaakte proces-verbaal.

Art. 23. De notaris mag evenmin zonder een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uitgiften afgeven noch mededeling van een akte doen anders dan aan de onmiddellijke belanghebbende personen, hun erfgenamen of rechtverkrijgenden, op straffe van schadevergoeding, 2,5 euro geldboete en, in geval van herhaling, schorsing in zijn ambt gedurende drie maanden; behoudens evenwel de uitvoering van de wetten en verordeningen op het registratierecht en die betreffende de akten welke openbaar moeten worden gemaakt in de rechtbanken.

Art. 24. In geval van dwanguitgifte wordt proces-verbaal opgemaakt door de notaris die de akte in bewaring heeft, tenzij de rechtbank die de uitgifte beveelt, deze taak opdraagt aan een van haar leden, een andere rechter of een andere notaris.

Art. 25. Alleen de grossen worden in uitvoerbare vorm afgegeven; zij hebben hetzelfde hoofd en slot als de grossen van de vonnissen van de rechtbanken.

Bij de uitgifte of de grosse van een akte waarin wordt verwezen naar een vroeger verleden akte, moet een kopie van laatstgenoemde akte gevoegd worden.

Uitgiften en grossen kunnen worden ondertekend met een geavanceerde elektronische handtekening overeenkomstig artikel 4, § 4, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. In voormeld geval is de afdruk van het zegel bepaald in artikel 27 niet vereist.

Behoudens andersluidende wettelijke bepaling, moeten de stukken die aan de minuut gehecht worden, niet opgenomen worden in de uitgifte, indien het gaat om een uitgifte ondertekend zoals bepaald in het derde lid, mits deze uitgifte onderaan vermeldt welke stukken aan de minuut gehecht zijn. In dit geval moet de kopie zoals bepaald in het tweede lid, niet gevoegd worden bij de grosse of uitgifte.

Art. 26. Op de minuut maakt de notaris melding van de aangifte van een eerste grosse aan elk van de belanghebbende partijen; op straffe van afzetting mag hij hun geen tweede grosse afgeven dan krachtens een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, welke beschikking aan de minuut gehecht moet blijven.

Art. 27. Ieder notaris moet een eigen zegel of stempel hebben met zijn naam, ambt en standplaats alsook (het Rijkswapen) naar een eenvormig model.

De grossen en uitgiften van zijn akten dragen een afdruk van dat zegel.

Art. 28. De notariële akten worden gelegaliseerd wanneer dit vereist is om ze te kunnen doen gelden buiten het grondgebied van het Rijk.
De legalisatie wordt verricht door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de standplaats van de notaris of van de plaats waar de akte of de uitgifte wordt afgegeven.


Art. 29. De notaris houdt repertorium van alle akten die hij verlijdt.

Wanneer de akte evenwel voor meerdere notarissen wordt verleden, wordt zij alleen ingeschreven in het repertorium van de notaris die de minuut bewaart of, wanneer de akte in brevet wordt verleden, van de notaris die als eerste vermeld staat.

Wetsgeschiedenis