De notariswet

Titel V. - Algemene bepalingen

Art. 114. Elke akte opgemaakt in strijd met het bepaalde in de artikelen 6, 3° en 4°, 9, § 2, eerste lid, 10, 12, tweede lid, 14, 20 en 51, § 7, is nietig indien zij niet door alle partijen is ondertekend. Indien de akte door alle contracterende partijen is ondertekend, geldt zij slechts als onderhands geschrift, zulks onverminderd de schadevergoeding die in beide gevallen, zo daartoe aanleiding bestaat, moet worden betaald door de notaris die voornoemde voorschriften heeft overtreden. 

Art. 115. De termijnen bepaald in deze wet worden berekend overeenkomstig de artikelen 52, 53 en 54 van het Gerechtelijk Wetboek.

Art. 116. De Koning bepaalt de regels inzake organisatie en werking van de Nationale Kamer van notarissen.

Art. 117. § 1. Bij de Nationale Kamer van notarissen wordt in de vorm van een afzonderlijke rechtspersoon een fonds opgericht, hierna te noemen het "notarieel fonds". De Koning organiseert het toezicht op dit fonds en kan hiertoe een of meer regeringscommissarissen aanstellen.

§ 2. Een vermindering van 250 EUR op het honorarium van de notaris bij het verlijden van een verkoopakte voor een eerste gezinswoning waarop het verminderd registratierecht van 6 % van toepassing is, wordt toegestaan aan die personen die voor het verrichten van deze aankoop een beroep doen voor een financiering voor minstens 50 van de waarde, op een hypothecaire lening of een kredietopening waarvoor zij, op basis van het koninklijk besluit houdende het tarief van de honoraria der notarissen, voor het verlijden van deze akte een halvering van het ereloon van de notaris kunnen genieten.

§ 3. De notaris die de in § 2 bedoelde vermindering van zijn ereloon moet toestaan vordert dit bedrag terug van het notarieel fonds.

§ 4. Het notarieel fonds wordt gestijfd door een bijdrage ten belope van 1,5 % op het netto-belastbaar inkomen van alle notarissen. De Koning bepaalt de berekeningsmethode zodat de vennootschappen van notarissen een evenwaardige bijdrage leveren.

Wanneer de inkomsten van het notarieel fonds ontoereikend zouden zijn, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit beslissen het honorarium van de notarissen voor het verlijden van akten van verkoop van onroerende goederen met een waarde van meer dan 250 000 EUR te verhogen, uitsluitend om de inkomsten van het notarieel fonds aan te vullen.

Indien de Nationale Kamer van notarissen vaststelt dat het notarieel fonds over voldoende middelen beschikt om de vorderingen gedurende vermoedelijk meer dan één jaar te kunnen uitbetalen, kan zij de minister van Justitie vragen om het bijdragepercentage tijdelijk te verminderen. De minister van Justitie waakt ervoor dat de vermindering tijdig opgeheven wordt om te vermijden dat het notarieel fonds een negatief saldo zou vertonen.

Tot gedwongen invordering kan in voorkomend geval worden overgegaan volgens de bij artikel 74 bepaalde procedure.