Algemeen reglementair kader met betrekking tot de regels van de notariële praktijk
Hoofdstuk II – Algemene principes

Afdeling 4. Ambtsverlening

Artikel 11. - Artikel 12

De notaris verleent kosteloos zijn ambt aan een confrater op vraag van deze laatste, indien hij verhinderd is te instrumenteren om reden van ziekte of wettelijke onbevoegdheid bedoeld in artikel 8 of artikel 9 § 2 eerste lid van de notariswet.
De notaris die om deze ambtsverlening verzoekt moet :
a) verzekerd zijn tegen de risico’s van beroepsaansprakelijkheid voor een bedrag van minimum 2.500.000 EUR en er het bewijs van voorleggen voor de ondertekening van de akte;
b) alle formaliteiten voorafgaandelijk aan het verlijden van de akte vervuld hebben die door de wet of het gebruik vereist zijn en aan de ambtsverlenende notaris de, in artikel 17 hierna vermelde stukken overmaken;
c) aan de ambtsverlenende notaris :
- de nodige provisie storten voor het dekken van de registratierechten en desgevallend de kosten van de formaliteiten volgend op de akte;
- de nodige fondsen storten om, in voorkomend geval, opheffing te bekomen

Commentaar
Deze bepaling definieert :
a) de gevallen waarin een notaris zijn ambt kosteloos moet verlenen aan een confrater die erom verzoekt.
Op het niveau van de regels waarvan de genootschappen niet mogen afwijken, zijn deze gevallen limitatief opgesomd : ziekte en onbevoegdheid ratione personae. De genootschappen mogen andere gevallen voorzien, indien zij dit passend vinden (territoriale onbevoegdheid, tijdelijke afwezigheid).
b) de stappen die een notaris, die om ambtsverlening verzoekt, moet ondernemen.