De Belgische notariswet: Titel I. - Notarissen en notariële akten

Afdeling II. - Akten en vorm van de akten; minuten, grossen, uitgiften en repertoria

 Art. 13. <W 10-07-1951, enig art., BS 22-07-1951> Onverminderd het bepaalde in de artikelen 971 tot 998 en 1001 van het Burgerlijk Wetboek betreffende de testamenten, worden de notariële akten onuitwisbaar, leesbaar, zonder verkortingen, witte vakken, gapingen of tussenruimten met de hand geschreven of mechanisch vervaardigd, zoals door middel van machineschrift, druk, lithografie, typografie; op ieder enkel of dubbel blad van een akte die meer dan één blad beslaat, wordt vermeld welk nummer het heeft. Deze vermelding wordt geparafeerd of getekend door alle ondertekenaars van de akte, tenzij hun paraaf of handtekening reeds op het blad voorkomt; een en ander onder verantwoordelijkheid van de notaris en op straffe van 100 frank geldboete te zijnen laste. (NOTA : lezen 2,50 euros als bedoeld in art. 3. W 2000-06-26/42)
  De Koning kan de nodige maatregelen voorschrijven om de mechanisch vervaardigde notariële akten in goede staat te doen bewaren.)

  Art. 14. (De akten worden ondertekend door de partijen, de getuigen en de notaris. Van de ondertekening wordt melding gemaakt in het slot van de akte.) <W 16-12-1922, enig art., BS 22-12-1922>
  Indien de partijen niet kunnen tekenen of daartoe niet in staat zijn, maakt de notaris in het slot van de akte melding van hun verklaringen dienaangaande.

  Art. 15. Renvooien of bijvoegingen mogen, behoudens de hierna bepaalde uitzondering, slechts op de kant van de akte geschreven worden; zij worden zowel door de notarissen als door de andere ondertekenaars getekend of geparafeerd, op straffe van nietigheid van die renvooien of bijvoegingen. Indien een renvooi wegens zijn omvang aan het slot van de akte moet geplaatst worden, moet het niet alleen getekend of geparafeerd worden, zoals de renvooien op de kant, maar ook nog uitdrukkelijk goedgekeurd door de partijen, op straffe van nietigheid van het renvooi.

  Art. 16. Overschrijvingen, tussenregels en bijvoegingen in het lichaam van de akte zijn niet geoorloofd; de over- of tussengeschreven woorden alsmede de bijgevoegde woorden zijn nietig. Indien er woorden moeten worden doorgehaald, moet dit op zodanige wijze geschieden dat hun getal op de kant van dezelfde bladzijde of aan het slot van de akte kan vermeld worden en goedgekeurd gelijk de renvooien op de kant; alles op straffe van 50 frank geldboete ten laste van de notaris, van schadeloosstelling en zelfs van afzetting in geval van bedrog. (NOTA : lezen 1,25 euros als bedoeld in art. 3 W 2000-06-26/42)

  Art. 17. De notaris die de wetten en de besluiten overtreedt betreffende de afgeschafte namen en hoedanigheden, de feodale bedingen en uitdrukkingen, (de wettelijke meeteenheden en -werktuigen), alsmede het tiendelig stelsel, wordt veroordeeld tot honderd frank geldboete, te verdubbelen in geval van herhaling. <W 16-06-1970, art. 32, § 3, BS 02-09-1970> <W 09-04-1980, art. 1, § 1, 4° , BS 06-05-1980> (NOTA : lezen (2,50) als bedoeld in art. 3. W 2000-06-26/42)

  Art. 18. <Opgeheven bij W 09-04-1980, art. 1, § 1, 5°, BS 06-05-1980> (...)

  Art. 19. Alle notariële akten leveren bewijs op in rechte en zijn in het gehele (Rijk) uitvoerbaar. <W 09-04-1980, art 1, § 1, 6°, BS 06-05-1980>
  In geval van strafvordering wegens valsheid wordt de uitvoering van de van valsheid betichte akte niettemin geschorst door het arrest waarbij de Kamer van inbeschuldigingstelling (de zaak naar het Assisenhof verwijst of, ingeval van correctionalisering van het misdrijf, door de uitspraak van het gerecht dat de zaak naar de correctionele rechtbank verwijst); in geval van valsheidsincident kan de burgerlijke rechtbank, al naar de ernst van de omstandigheden, de uitvoering van de akte voorlopig schorsen. <W 09-04-1980, art 1, § 1, 7°, BS 06-05-1980>
  (Wanneer in een notariële akte wordt verwezen naar een vroeger verleden akte, zijn beide akten samen uitvoerbaar, mits zij voldoen aan de bepalingen van artikel 12. In de meest recente akte dient bovendien de verklaring van de partijen te worden opgenomen waarin ze bevestigen dat beide akten één geheel vormen om samen als authentieke akte te gelden.) <W 1999-05-04/03, art. 10, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

  Art. 20. De notaris is verplicht de minuut te bewaren van alle akten die hij verlijdt.
  Onder deze bepaling vallen echter niet de verklaringen betreffende het in leven zijn van personen, de volmachten, akten van bekendheid, kwijtingen van pachtgelden, huurgelden, lonen, pensioenuitkeringen en rentetermijnen, en andere eenvoudige akten die volgens de wet in brevet mogen worden uitgegeven.

  Art. 21. Alleen de notaris die de minuut bewaart, heeft het recht grossen en uitgiften af te geven; niettemin mag elke notaris afschriften uitreiken van akten die bij hem als minuut zijn neergelegd.

  Art. 22. <KB246 22-02-1936, art. 2, BS 29-02-1936> De notaris mag geen minuut uit handen geven, behalve in de gevallen bij de wet bepaald of krachtens een vonnis.
  Moet hij een minuut uit handen geven, dan laat hij daarvan een fotografische afdruk maken en deze wordt, na vergelijking met het origineel door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die daarvan proces-verbaal opmaakt, in de plaats gesteld van de minuut tot dat deze wordt teruggegeven; de notaris mag er grossen of uitgiften van afgeven, met vermelding van het opgemaakte proces-verbaal.

  Art. 23. De notaris mag evenmin zonder een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uitgiften afgeven noch mededeling van een akte doen anders dan aan de onmiddellijke belanghebbende personen, hun erfgenamen of rechtverkrijgenden, op straffe van schadevergoeding, 100 frank geldboete en, in geval van herhaling, schorsing in zijn ambt gedurende drie maanden; behoudens evenwel de uitvoering van de wetten en verordeningen op het registratierecht en die betreffende de akten welke openbaar moeten worden gemaakt in de rechtbanken.> (NOTA : lezen 2,50 als bedoeld in art. 3. W 2000-06-26/42)

  Art. 24. In geval van dwanguitgifte wordt proces-verbaal opgemaakt door de notaris die de akte in bewaring heeft, tenzij de rechtbank die de uitgifte beveelt, deze taak opdraagt aan een van haar leden, een andere rechter of een andere notaris.

  Art. 25. Alleen de grossen worden in uitvoerbare vorm afgegeven; zij hebben hetzelfde hoofd en slot als de grossen van de vonnissen van de rechtbanken.
  (Bij de uitgifte of de grosse van een akte waarin wordt verwezen naar een vroeger verleden akte, moet een kopie van laatstgenoemde akte gevoegd worden.) <W 1999-05-04/03, art. 11, Inwerkingtreding : 01-01-2000>
  (Uitgiften en grossen kunnen worden ondertekend met een geavanceerde elektronische handtekening overeenkomstig artikel 4, § 4, van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. In voormeld geval is de afdruk van het zegel bepaald in artikel 27 niet vereist.
  Behoudens andersluidende wettelijke bepaling, moeten de stukken die aan de minuut gehecht worden, niet opgenomen worden in de uitgifte, indien het gaat om een uitgifte ondertekend zoals bepaald in het derde lid, mits deze uitgifte onderaan vermeldt welke stukken aan de minuut gehecht zijn. In dit geval moet de kopie zoals bepaald in het tweede lid, niet gevoegd worden bij de grosse of uitgifte.) <W 2004-12-27/30, art. 272, Inwerkingtreding : 10-01-2005>

  Art. 26. Op de minuut maakt de notaris melding van de aangifte van een eerste grosse aan elk van de belanghebbende partijen; op straffe van afzetting mag hij hun geen tweede grosse afgeven dan krachtens een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, welke beschikking aan de minuut gehecht moet blijven.

  Art. 27. Ieder notaris moet een eigen zegel of stempel hebben met zijn naam, ambt en standplaats alsook (het Rijkswapen) naar een eenvormig model. <W 09-04-1980, art. 1, § 1, 8°, BS 06-05-1980>
  De grossen en uitgiften van zijn akten dragen een afdruk van dat zegel.

  Art. 28. (De notariële akten worden gelegaliseerd wanneer dit vereist is om ze te kunnen doen gelden buiten het grondgebied van het Rijk.) <W 10-07-1951, enig art., BS 22-07-1951>
  De legalisatie wordt verricht door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de standplaats van de notaris of van de plaats waar de akte of de uitgifte wordt afgegeven.

  Art. 29. De notaris houdt repertorium van alle akten die hij verlijdt.
  (Wanneer de akte evenwel voor meerdere notarissen wordt verleden, wordt zij alleen ingeschreven in het repertorium van de notaris die de minuut bewaart of, wanneer de akte in brevet wordt verleden, van de notaris die als eerste vermeld staat.) <W 1999-05-04/03, art. 12, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

  Art. 30. <Opgeheven bij KB64 1939-11-30/33, art. 290>