2747.comnotariele weetjes

HOOFDSTUK 4. - Elektronische notariële aktes

Bron: Programmawet gepubliceerd in Belgisch Staatsblad van 19 mei 2009.

Art. 18. Artikel 12, tweede lid, van de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt, gewijzigd bij de wetten van 4 mei 1999 en 1 maart 2007, wordt aangevuld met de volgende zin :
« Van comparanten die enkel als vertegenwoordiger of gemachtigde optreden, of die enkel bijstand verlenen, dienen enkel de naam, voornamen en woonplaats te worden vermeld. ».

Art. 19. Artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1951 en 26 juni 2000, wordt vervangen als volgt :
« Art. 13. § 1. De notariële akte kan zowel op papier als in gedematerialiseerde vorm worden verleden.
§ 2. Notariële akten op papier worden onuitwisbaar, leesbaar, zonder verkortingen, witte vakken, gapingen of tussenruimten opgemaakt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 971 tot 998 en 1001 van het Burgerlijk Wetboek betreffende de testamenten; op ieder enkel of dubbel blad van een akte die meer dan één blad beslaat, wordt vermeld welk nummer het heeft. Deze vermelding wordt geparafeerd of getekend door alle ondertekenaars van de akte, tenzij hun paraaf of handtekening reeds op het blad voorkomt; een en ander onder verantwoordelijkheid van de notaris en op straffe van 2,50 euro geldboete te zijnen laste.
§ 3. De Koning schrijft, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nodige maatregelen voor om de onveranderlijkheid, de vertrouwelijkheid en de bewaring van notariële akten te waarborgen. ».

Art. 20. Artikel 18 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 9 april 1980, wordt hersteld als volgt :
« Art. 18. Alle notariële akten die in gedematerialiseerde vorm zijn verleden, evenals een gedematerialiseerd afschrift van alle akten die op papier zijn verleden, worden bewaard in een daartoe bestemde Notariële Aktebank die onder het bestuur staat van de Nationale Kamer van notarissen die de uitwerking en het operationele beheer ervan kan delegeren aan de Koninklijke Federatie van het Belgische notariaat. Binnen de vijf dagen na het verlijden van de akte moet hetzij de gedematerialiseerde akte, hetzij het gedematerialiseerd afschrift van de akte die op papier is verleden, worden gedeponeerd en opgenomen in de Notariële Aktebank. Dit afschrift heeft dezelfde bewijswaarde als de eerste uitgifte van de minuut op papier.
Deze bepaling geldt niet voor testamenten, herroepingen van testament en contractuele erfstellingen.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, ingericht door de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, en na advies van de instelling die de Notariële Aktebank beheert, met eerbiediging van artikel 23 en van artikel 458 van het Strafwetboek, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de Notariële Aktebank wordt ingericht, beheerd, georganiseerd en de toegang ertoe. ».

Art. 21. In artikel 20 van dezelfde wet wordt tussen het eerste en het tweede lid, een lid ingevoegd, luidende :
« De notaris is niet verplicht om de minuut te bewaren van een in gedematerialiseerde vorm verleden akte nadat hij de bevestiging ontvangen heeft van de deponering van de akte in de in artikel 18 bedoelde Notariële Aktebank. De Notariële Aktebank geldt als authentieke bron voor de akten die erin opgenomen zijn. ».

Art. 22. Artikel 21 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende :
« Van de in de Notariële Aktebank opgenomen akten, kunnen uitgiften en grossen enkel worden afgeleverd door de notarissen die houder of bewaarder zijn van het repertorium voorgeschreven door artikel 29 van deze wet, waarin deze akten zijn ingeschreven. ».
Art. 23. Artikel 26 van dezelfde wet wordt aangevuld met de woorden « of onder de minuut wordt neergelegd. ».

Art. 24. Artikel 29, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende zin :
« Hij houdt dit repertorium hetzij op papier hetzij op de gedematerialiseerde wijze die is vastgesteld door de Nationale Kamer van notarissen in een door de Koning goedgekeurd reglement. ».

Art. 25. Artikel 1317 van het Burgerlijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 11 maart 2003, wordt aangevuld met een lid, luidende :
« De notariële akten die in gedematerialiseerde vorm zijn verleden, worden evenwel opgemaakt en bewaard overeenkomstig de wet van 16 maart 1803 tot regeling van het notarisambt. De overeenkomstig dezelfde wet ingerichte Notariële Aktebank geldt als authentieke bron voor de akten die erin opgenomen zijn. ».

Art. 26. Dit hoofdstuk treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum.
De toepassing van de bepalingen vervat in artikel 20 is enkel verplicht voor de akten die zijn verleden vanaf de in het vorige lid bedoelde datum.