Nationale kamer van notarissen
Deontologische code
aangenomen door de algemene vergadering van de Nationale Kamer van notarissen op 22 juni 2004

Hoofdstuk XI. – Specifieke regels bij gerechtelijke opdrachten


Artikel 38. De notaris die door de rechtbank met een gerechtelijke opdracht is belast, respecteert niet enkel de verplichting tot onpartijdigheid opgelegd door artikel 9, derde lid, van de organieke wet van het notariaat, doch tevens de vereiste van objectieve onpartijdigheid voorzien door artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Toelichting : Het is niet nodig aan de notaris, belast met een gerechtelijke opdracht de verplichting op te leggen deze op onpartijdige wijze uit te oefenen, vermits de verplichting tot onpartijdigheid hem op algemene wijze opgelegd wordt in de uitoefening van zijn functies.

Evenwel moet men rekening houden met de vereiste van de zogenaamde "objectieve" onpartij-digheid in de zin die aan dit woord gegeven wordt voor de toepassing van artikel 6 van het Europees Verdrag van de rechten van de mens. Zelfs wanneer de notaris geen deel uitmaakt van de rechtbank waar-op expressis verbis de vereiste van onpartijdigheid, voorzien door artikel 6, van toepassing is, wordt aangenomen dat de notaris, als uitvoerder van de rechtsbedeling, deze dient te respecteren. Hij zal zich dus onthouden van alle handelingen of gedragingen die van aard zijn bij één der partijen twijfel op te wekken betreffende de onpartijdigheid waarmee hij zijn opdracht vervult.

Artikel 39. In de uitoefening van zijn gerechtelijke opdrachten waakt de notaris erover dat het principe van de tegenspraak gewaarborgd wordt. Hij onthoudt er zich dus van, behoudens voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de andere partij, één van de partijen onder vier ogen te ontvangen. Tevens deelt hij onmiddellijk aan de andere partij alle inlichtingen en stukken mede die hem zouden medegedeeld zijn door één van hen.

Toelichting : De uitoefening van een gerechtelijk mandaat sluit uit dat de notaris, zelfs wanneer hij vóór zijn aanstelling in relatie was met één van de partijen, deze apart zou ontvangen. Teneinde de mogelijkheid te bewaren een minnelijk akkoord na te streven, hetgeen steeds deel uitmaakt van de opdracht van de notaris, wordt evenwel uitzondering gemaakt van het geval waarop een gesprek onder vier ogen zou gebeuren – mits dit nuttig kan zijn in het streven naar een akkoord – met het uitdrukkelijk en voorafgaand akkoord van de andere partij.

Artikel 40. De notaris die niet in rechte aangesteld is, weerhoudt zich ervan tussen te komen in de procedure als bijzonder raadsman, behalve op uitdrukkelijk verzoek van één der partijen. In dit geval respecteert hij de prerogatieven van de door de rechtbank aangestelde notaris, en blijft hij gehouden tot zijn algemene onpartijdigheidsplicht, die hem verbiedt zich te gedragen als de eenzijdige verdediger van de belangen van één der partijen. Hij onthoudt zich van deelname aan vergaderingen.
Toelichting : Wanneer één of meerdere notarissen aangesteld worden door de rechtbank is het niet wenselijk dat een andere notaris, zelfs wanneer hij de "vaste" notaris is van één der partijen, tussenkomt in het dossier. Het is evenwel niet mogelijk de cliënt te verbieden te rade te gaan bij wie hij wil, en deze tussenkomst blijft dus mogelijk. Rekening houdend met de omstandigheden zal de notaris die optreedt als raadgever zeer vaak voorkomen als iemand die partij kiest, hetgeen hem verboden blijft, zelfs wanneer hij niet instrumenteert. Daarom mag het hem in principe niet toegelaten worden deel te nemen aan vergaderingen (behalve, uiteraard, met het akkoord van de door de rechtbank aangestelde notarissen en alle partijen).
notariele deontologie