Deontologische code voor notarissen

Hoofdstuk III. Plichten van de notaris tegenover zijn cliënten



Art. 9
De notaris getuigt van volkomen eerlijkheid. De raad die hij geeft, is nooit ingegeven door eigenbelang.


Art. 10
De notaris poogt steeds de partijen te verzoenen, zelfs wanneer hij belast is met een gerechtelijke opdracht.


Art. 11
De notaris respecteert zijn wettelijke verplichtingen inzake informatie en raadgeving.
Daartoe zorgt hij ervoor zijn juridische kennis actueel te houden.


Art. 12
Bij de behandeling van zijn dossiers en de opstelling van zijn akten geeft de notaris blijk van een volkomen onpartijdigheid.
De plicht van onpartijdigheid blijft bestaan wanneer elke partij een verschillende notaris kiest, zelfs wanneer hij deze plicht in dit geval naleeft op een aan deze situatie aangepaste wijze.
Wanneer de notaris aangesteld wordt in rechte, respecteert hij bovendien de vereiste van onpartijdigheid in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.


Art. 13
Zelfs in de gevallen waarin het beroepsgeheim dat gewaarborgd wordt door artikel 458 van het Strafwetboek niet meespeelt omdat de informatie waarover de notaris beschikt niet als vertrouwelijk kan beschouwd worden, is de notaris gehouden tot een discretieplicht, die hem verbiedt deze inlichtingen mee te delen aan derden, behoudens wanneer deze mededeling noodzakelijk of nuttig is voor de verrichtingen waarmee hij belast is.
In dit opzicht houdt de notaris rekening met het feit dat de tussen twee notarissen gevoerde briefwisseling niet vertrouwelijk is, behoudens andersluidende overeenkomst.


Art. 14
De notaris deelt zijn boekhouding slechts geheel of gedeeltelijk mee aan de provinciale Kamer waarvan hij afhangt en aan de leden van de door deze laatste aangestelde commissie van toezicht op de boekhouding, onverminderd het recht van de fiscale administratie inlichtingen en documenten te bekomen betreffende één of meerdere bepaalde verrichtingen, en in de door de wet voorziene gevallen.


Art. 15
Wanneer de notaris aan de cliënt een vraag richt tot provisionering voor een aan het proportioneel registratierecht onderworpen akte, detailleert hij deze aan de hand van minstens drie onderscheiden posten: de registratierechten, het ereloon en de diverse aktekosten.


Art. 16
De notaris op wiens rekening gelden gestort werden, geeft aan zijn cliënt rekenschap van het gebruik van deze gelden, ongeacht of deze gestort werden bij wijze van provisie voor aktekosten of bestemd zijn voor derden. Op dezelfde wijze geeft hij hem rekenschap van de intresten voortgebracht door de rubriekrekeningen die overeenkomstig artikel 34 van de organieke wet van het notariaat werden geopend.
2747.com / law / recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht