Deontologische code notarissen

Hoofdstuk IV. Plichten van de notaris tegenover zijn confraters


Art. 17
De notarissen zijn elkaar bijstand verschuldigd in de uitoefening van hun ambt.
Wanneer zij optreden in een zelfde dossier, beloven zij elkaar wederzijds een loyale en doeltreffende samenwerking. Zij hebben de plicht hun confrater tijdig te verwittigen indien zij in zijnen hoofde een fout of een tekortkoming vaststellen, en vermijden in de mate van het mogelijke de cliënt daarin te betrekken. Het belang van deze laatste heeft echter steeds voorrang op het belang van de confrater.


Art. 18
Tijdens vergaderingen en in de briefwisseling drukt de notaris zich hoffelijk uit ten aanzien van zijn confraters.
In het algemeen onthoudt hij er zich van een confrater te kleineren. Indien hij meent dat deze laatste zijn plichten verzuimd heeft, licht hij hem daarover in per brief of in een vertrouwelijk gesprek.
De beoordeling van het feit of de cliënten dienen betrokken te worden bij een conflict met één van zijn confraters laat hij steeds over aan de zorg van zijn professionele overheden.


Art. 19
Elke partij kiest vrij haar notaris. Elke gedraging van een notaris die als bedoeling heeft die vrije keuze te beïnvloeden en cliënten aan te trekken of voor zich te winnen, is verboden.
Het is de notaris in het bijzonder verboden:

1° stappen te ondernemen t.a.v. een cliënt teneinde hem zijn ambt voor te stellen;
2° derden rechtstreeks of onrechtstreeks te vergoeden teneinde belast te worden met een dossier;
3° zich borg te stellen voor een cliënt;
akten te verlijden zonder geprovisioneerd te zijn, met uitzondering van volmachten en akten van bekendheid of akten die dringend dienen verleden te worden. In dit laatste geval dient de kamer van notarissen daarvan verwittigd te worden;
5° het regelmatig openen van zijn kantoor voor het cliënteel buiten de werkdagen en -uren, behoudens uitzondering toegelaten door de kamer van notarissen.



Art. 20
Wanneer aan een notaris een dossier wordt toevertrouwd waarmee aanvankelijk één van zijn confraters was belast, is hij verplicht:

– deze confrater daar onmiddellijk over in te lichten;
– navraag te doen naar de kosten en erelonen die aan deze confrater nog zouden verschuldigd zijn;
– deze staat van kosten en erelonen mede te delen aan de cliënt indien zijn confrater hem dit vraagt, en de cliënt uit te nodigen deze onverwijld te vereffenen.

Bij gebrek aan antwoord van de cliënt onthoudt de nieuw benoemde notaris zich van elke nieuwe opdracht in het betrokken dossier.
Indien de cliënt de gegrondheid van de kosten- en ereloonstaat van de ontlaste notaris betwist, stelt de nieuw benoemde notaris aan de cliënt voor het betwiste bedrag op zijn kantoor te blokkeren in afwachting van de oplossing van het geschil.
Indien de cliënt weigert, deelt de notaris dit mee aan zijn confrater en kan hij de behandeling van het dossier voortzetten.


Art. 21
De notaris onthoudt zich ervan persoonlijke stappen te ondernemen, zelfs via een tussenpersoon, ten aanzien van de medewerker van één van zijn confraters, met de bedoeling deze bij hem in dienst te laten treden, behalve indien deze medewerker zich als werkzoekende heeft opgegeven.