| Deontologische code vastgesteld door de Nationale Kamer van notarissen op
22 juni 2004 zoals goedgekeurd bij artikel 1 van het Konilijk Besluit van 21 septembre 2005, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 3 november 2005.
Plichten van de notaris tegenover zijn medewerkers (art 27 ev) Specifieke regels bij gerechtelijke opdrachten (art 38 ev ): onpartijdigheid (artikel 6 EVRM) Bijzondere regels die van toepassing zijn op de erenotarissen (art 41) Bijzondere regels die van toepassing zijn op de kandidaat-notarissen (art 43) |
Art. 1
Deze deontologische code is door de Nationale Kamer van notarissen vastgesteld in
uitvoering van artikel 91, eerste lid, 1 , van de wet van 25 vent se jaar XI op het
notarisambt, hierna genoemd de organieke wet van het notariaat. (1999)
Hij is van toepassing op alle personen die het voorwerp kunnen uitmaken van de
tuchtstraffen bedoeld in de artikelen 96 en 97 van voornoemde wet.
Hoofdstuk I. Algemeen principe
Art. 2
De notaris onthoudt zich van elk gedrag dat afbreuk doet aan het vertrouwen van de burgers
in de notari le instelling of dat strijdig is met de waardigheid van het notariaat.
Hoofdstuk II. Specifieke plichten van de notaris als openbaar ambtenaar
Art. 3
De notaris verleent zijn ambt telkens wanneer hij daartoe verzocht wordt. Hij kan dit
enkel weigeren in de volgende gevallen: 1 wanneer de akte die hem gevraagd wordt te
verlijden bepalingen bevat die strijdig zijn met een wet van openbare orde of derden
kunnen misleiden;
2 wanneer de partijen in de akte handelen met miskenning van de rechten van een derde of
van de overheid;
3 wanneer hij onbevoegd is om n van de redenen opgesomd in de organieke wet van het
notariaat;
4 wanneer partijen hem verzoeken hetzij een overeenkomst te authentificeren in een
materie die buiten de juridische bekwaamheid valt die kan verwacht worden van elke
notaris, hetzij authentiek verklaringen of vaststellingen te akteren die niet onder de
notari le ambtsplichten vallen.
Art. 4
De notaris moet voldoen aan de eisen van authenticiteit die hij verleent aan de door hem
verleden akten. Hij beschrijft trouw al de feiten die hij zelf vaststelt alsmede de
verklaringen van partijen.
Art. 5
Wanneer de notaris over een elektronische handtekening beschikt die hem identificeert in
deze hoedanigheid, onthoudt hij er zich van deze te gebruiken buiten het kader van de
uitoefening van zijn ambt en ook deze te laten gebruiken door derden, zelfs als het gaat
om zijn medewerkers die in het kader van de uitoefening van zijn ambt handelen.
Art. 6
De notaris moet voor de uitoefening van zijn ambt beschikbaar zijn en diligent handelen.
Hij organiseert zijn kantoor op zodanige wijze dat hij hiertoe over voldoende menselijke
en materi le middelen beschikt.
Art. 7
In de voorbereiding van zijn dossiers, de opstelling van zijn akten, de berekening van
zijn ereloon en de vervulling van de formaliteiten na het verlijden van de akten, past de
notaris de wettelijke voorschriften en zijn beroepsregels toe.
Art. 8
De notaris respecteert de regel van de eenheid van standplaats. Daartoe, en behoudens
uitzonderlijke omstandigheden, onthoudt hij zich ervan akten te verlijden en over een
dossier te onderhandelen met een cli nt buiten zijn kantoor. Hij legt dezelfde regel op
aan zijn medewerkers.
Hoofdstuk III. Plichten van de notaris tegenover zijn cli nten
Art. 9
De notaris getuigt van volkomen eerlijkheid. De raad die hij geeft, is nooit ingegeven
door eigenbelang.
Art. 10
De notaris poogt steeds de partijen te verzoenen, zelfs wanneer hij belast is met een
gerechtelijke opdracht.
Art. 11
De notaris respecteert zijn wettelijke verplichtingen inzake informatie en raadgeving.
Daartoe zorgt hij ervoor zijn juridische kennis actueel te houden.
Art. 12
Bij de behandeling van zijn dossiers en de opstelling van zijn akten geeft de notaris
blijk van een volkomen onpartijdigheid.
De plicht van onpartijdigheid blijft bestaan wanneer elke partij een verschillende notaris
kiest, zelfs wanneer hij deze plicht in dit geval naleeft op een aan deze situatie
aangepaste wijze.
Wanneer de notaris aangesteld wordt in rechte, respecteert hij bovendien de vereiste van
onpartijdigheid in de zin van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de
rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Art. 13
Zelfs in de gevallen waarin het beroepsgeheim dat gewaarborgd wordt door artikel 458 van
het Strafwetboek niet meespeelt omdat de informatie waarover de notaris beschikt niet als
vertrouwelijk kan beschouwd worden, is de notaris gehouden tot een discretieplicht, die
hem verbiedt deze inlichtingen mee te delen aan derden, behoudens wanneer deze mededeling
noodzakelijk of nuttig is voor de verrichtingen waarmee hij belast is.
In dit opzicht houdt de notaris rekening met het feit dat de tussen twee notarissen
gevoerde briefwisseling niet vertrouwelijk is, behoudens andersluidende overeenkomst.
Art. 14
De notaris deelt zijn boekhouding slechts geheel of gedeeltelijk mee aan de provinciale
Kamer waarvan hij afhangt en aan de leden van de door deze laatste aangestelde commissie
van toezicht op de boekhouding, onverminderd het recht van de fiscale administratie
inlichtingen en documenten te bekomen betreffende n of meerdere bepaalde
verrichtingen, en in de door de wet voorziene gevallen.
Art. 15
Wanneer de notaris aan de cli nt een vraag richt tot provisionering voor een aan het
proportioneel registratierecht onderworpen akte, detailleert hij deze aan de hand van
minstens drie onderscheiden posten: de registratierechten, het ereloon en de diverse
aktekosten.
Art. 16
De notaris op wiens rekening gelden gestort werden, geeft aan zijn cli nt rekenschap van
het gebruik van deze gelden, ongeacht of deze gestort werden bij wijze van provisie voor
aktekosten of bestemd zijn voor derden. Op dezelfde wijze geeft hij hem rekenschap van de
intresten voortgebracht door de rubriekrekeningen die overeenkomstig artikel 34 van de
organieke wet van het notariaat werden geopend.
Hoofdstuk IV. Plichten van de notaris tegenover zijn confraters
Art. 17
De notarissen zijn elkaar bijstand verschuldigd in de uitoefening van hun ambt.
Wanneer zij optreden in een zelfde dossier, beloven zij elkaar wederzijds een loyale en
doeltreffende samenwerking. Zij hebben de plicht hun confrater tijdig te verwittigen
indien zij in zijnen hoofde een fout of een tekortkoming vaststellen, en vermijden in de
mate van het mogelijke de cli nt daarin te betrekken. Het belang van deze laatste heeft
echter steeds voorrang op het belang van de confrater.
Art. 18
Tijdens vergaderingen en in de briefwisseling drukt de notaris zich hoffelijk uit ten
aanzien van zijn confraters.
In het algemeen onthoudt hij er zich van een confrater te kleineren. Indien hij meent dat
deze laatste zijn plichten verzuimd heeft, licht hij hem daarover in per brief of in een
vertrouwelijk gesprek.
De beoordeling van het feit of de cli nten dienen betrokken te worden bij een conflict
met n van zijn confraters laat hij steeds over aan de zorg van zijn professionele
overheden.
Art. 19
Elke partij kiest vrij haar notaris. Elke gedraging van een notaris die als bedoeling
heeft die vrije keuze te be nvloeden en cli nten aan te trekken of voor zich te winnen,
is verboden.
Het is de notaris in het bijzonder verboden:
1 stappen te ondernemen t.a.v. een cli nt teneinde hem zijn ambt voor te stellen;
2 derden rechtstreeks of onrechtstreeks te vergoeden teneinde belast te worden met een
dossier;
3 zich borg te stellen voor een cli nt;
4 akten te verlijden zonder geprovisioneerd te zijn, met uitzondering van volmachten en
akten van bekendheid of akten die dringend dienen verleden te worden. In dit laatste geval
dient de kamer van notarissen daarvan verwittigd te worden;
5 het regelmatig openen van zijn kantoor voor het cli nteel buiten de werkdagen en
-uren, behoudens uitzondering toegelaten door de kamer van notarissen.
Art. 20
Wanneer aan een notaris een dossier wordt toevertrouwd waarmee aanvankelijk n van zijn
confraters was belast, is hij verplicht:
deze confrater daar onmiddellijk over in te lichten;
navraag te doen naar de kosten en erelonen die aan deze confrater nog zouden
verschuldigd zijn;
deze staat van kosten en erelonen mede te delen aan de cli nt indien zijn
confrater hem dit vraagt, en de cli nt uit te nodigen deze onverwijld te vereffenen.
Bij gebrek aan antwoord van de cli nt onthoudt de nieuw benoemde notaris zich van elke
nieuwe opdracht in het betrokken dossier.
Indien de cli nt de gegrondheid van de kosten- en ereloonstaat van de ontlaste notaris
betwist, stelt de nieuw benoemde notaris aan de cli nt voor het betwiste bedrag op zijn
kantoor te blokkeren in afwachting van de oplossing van het geschil.
Indien de cli nt weigert, deelt de notaris dit mee aan zijn confrater en kan hij de
behandeling van het dossier voortzetten.
Art. 21
De notaris onthoudt zich ervan persoonlijke stappen te ondernemen, zelfs via een
tussenpersoon, ten aanzien van de medewerker van n van zijn confraters, met de
bedoeling deze bij hem in dienst te laten treden, behalve indien deze medewerker zich als
werkzoekende heeft opgegeven.
Hoofdstuk V. Plichten van de notaris ten aanzien van de notari le instellingen
Art. 22
De deelname aan de algemene vergaderingen is verplicht voor alle leden van het
genootschap. De verhinderde leden dienen de redenen van deze verhindering op voorhand en
schriftelijk uit te leggen aan de kamervoorzitter.
Art. 23
De notaris verricht stipt de betaling van de bijdragen bepaald door het genootschap en
door de Nationale Kamer.
Art. 24
De notaris beantwoordt met hoffelijkheid en spoed de briefwisseling die hem wordt
toegestuurd door de voorzitter en de andere leden van de kamer van het genootschap waarvan
hij deel uitmaakt, evenals de vragen uitgaande van de commissie voor toezicht op de
boekhouding.
Art. 25
Onverminderd zijn recht om zijn mening vrij uit te drukken, zelfs in het openbaar, drukt
de notaris zich in het openbaar en in zijn betrekkingen met de media gematigd uit
aangaande het notariaat en de notari le instellingen in het bijzonder. In dezelfde
context onthoudt hij zich van elke persoonlijke aanval.
Art. 26
De notaris is verplicht, met de passende discretie, zijn provinciale kamer in te lichten
over elk professioneel gedrag van een confrater dat afbreuk doet aan de waardigheid van
het beroep.
Hoofdstuk VI. Plichten van de notaris tegenover zijn medewerkers
Art. 27
De notaris legt aan zijn medewerkers de verplichting op, voor wat hen betreft, tot
naleving van deze Deontologische Code en van alle voorschriften die zich opdringen aan het
notariaat.
Indien een medewerker daarop herhaaldelijk inbreuk maakt, is de notaris verplicht een
einde te stellen aan zijn betrekking.
Voorts is de notaris ertoe gehouden, telkens wanneer hem advies gevraagd wordt hetzij door
de evaluatiecommissie, hetzij door het adviescomit voorzien in de artikelen 37 en 38bis
van de organieke wet van het notariaat, melding te maken van elke inbreuk op de
deontologie vastgesteld bij een of ander van zijn medewerkers of oud-medewerkers.
Art. 28
De notaris verschaft zijn medewerkers een voldoende en voortdurende opleiding. Hij laat in
het bijzonder toe aan degenen die houder zijn van een notariaatsdiploma om, in redelijke
mate, de opleidingsvergaderingen die georganiseerd worden door het beroep of de
instellingen van hoger onderwijs bij te wonen.
Art. 29
De notaris kan aan zijn medewerkers niet verbieden een bijkomende beroepsactiviteit uit te
oefenen buiten hun werkuren. Het arbeidscontract of het medewerkingscontract met een
zelfstandig werknemer moet evenwel de uitoefening uitsluiten van beroepsactiviteiten zoals
vastgoedagent, krediet- of verzekeringsmakelaar of vastgoedpromotor, alsook het regelmatig
opstellen van aangiften van nalatenschappen.
Art. 30
De notaris kan zijn medewerkers niet toelaten cli nten te ontvangen in hun woonplaats of
op elke andere plaats buiten het kantoor.
Hoofdstuk VII. Regeling van de conflicten
Art. 31
Bij geschillen van professionele aard tussen twee notarissen onthoudt elk van hen zich
ervan in rechte op te treden tegen zijn confrater zonder zich voorafgaandelijk tot zijn
provinciale kamer te hebben gewend, en vooraleer deze laatste haar advies heeft verleend.
Indien het gaat om notarissen die tot verschillende genootschappen behoren, richt elkeen
zich tot de kamer van zijn genootschap, onverminderd de bevoegdheid van de Nationale Kamer
op grond van artikel 91, eerste lid, 4 , van de organieke wet van het notariaat.
Art. 32
In geval van geschil van professionele aard met een derde die afhangt van een door de wet
erkende beroepsorde, onthoudt de notaris zich ervan in rechte op te treden tegen deze
derde zonder zich voorafgaandelijk gewend te hebben tot zijn kamer van notarissen, en
vooraleer deze laatste haar advies heeft verleend nadat zij, indien zij dit opportuun
acht, voorafgaandelijk contact heeft opgenomen met de vertegenwoordigers van de orde
waartoe de derde behoort.
Art. 33
In geval van geschil met een cli nt inzake erelonen, wedden of aktekosten vraagt de
notaris, alvorens zich tot de rechtbanken te richten, minstens een maand op voorhand het
advies van zijn kamer.
Art. 34
De notaris is ertoe gehouden loyaal deel te nemen aan alle verzoeningsprocedures die door
de kamer ondernomen worden.
Hoofdstuk VIII. Informatie en publiciteit
Art. 35
In alle communicatiemiddelen die de notaris hanteert, moet hij de behoefte aan informatie
waarop het publiek recht heeft, verzoenen met het verbod op het gebruik van commerci le
proc d s met het oog op het werven van cli nteel.
Hiertoe dient hij strikt de deontologische regels toe te passen die door de Nationale
Kamer op dit vlak zijn uitgevaardigd.
Hoofdstuk IX. Specifieke regels bij vastgoedbemiddeling
Art. 36
De notaris die aan vastgoedbemiddeling doet, respecteert strikt de regels m.b.t. de
notari le praktijk ter zake, uitgaande zowel van het genootschap van notarissen waarvan
hij afhangt als van de Nationale Kamer, evenals de deontologische regels ter zake
uitgaande van de Nationale Kamer.
Hoofdstuk X. Specifieke regels bij bemiddeling
Art. 37
De notaris die aan bemiddeling doet, respecteert strikt de deontologische regels ter zake
uitgaande van de Nationale Kamer.
Hoofdstuk XI. Specifieke regels bij gerechtelijke opdrachten
Art. 38
De notaris die door de rechtbank met een gerechtelijke opdracht is belast, respecteert
niet enkel de verplichting tot onpartijdigheid opgelegd door artikel 9, derde lid, van de
organieke wet van het notariaat, doch tevens de vereiste van objectieve onpartijdigheid
voorzien door artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de
mens en de fundamentele vrijheden.
Art. 39
In de uitoefening van zijn gerechtelijke opdrachten waakt de notaris erover dat het
principe van de tegenspraak gewaarborgd wordt. Hij onthoudt er zich dus van, behoudens
voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de andere partij, n van de partijen
onder vier ogen te ontvangen. Tevens deelt hij onmiddellijk aan de andere partij alle
inlichtingen en stukken mede die hem zouden medegedeeld zijn door n van hen.
Art. 40
De notaris die niet in rechte aangesteld is, weerhoudt zich ervan tussen te komen in de
procedure als bijzonder raadsman, behalve op uitdrukkelijk verzoek van n der partijen.
In dit geval respecteert hij de prerogatieven van de door de rechtbank aangestelde
notaris, en blijft hij gehouden tot zijn algemene onpartijdigheidsplicht, die hem verbiedt
zich te gedragen als de eenzijdige verdediger van de belangen van n der partijen. Hij
onthoudt zich van deelname aan vergaderingen.
Hoofdstuk XII. Bijzondere regels die van toepassing zijn op de erenotarissen
Art. 41
De erenotaris kwijt zich loyaal t.a.v. zijn opvolger van de verplichtingen die hem
opgelegd worden door artikel 55, 1, van de organieke wet op het notariaat. De
vergoeding die hij ontvangt krachtens artikel 55 impliceert, indien hij een professionele
activiteit voortzet in het notariaat, dat hij zich onthoudt van elke daad van mededinging
ten aanzien van zijn opvolger. Meer bepaald onthoudt een notaris in functie zich ervan een
overeenkomst te sluiten met een erenotaris die niet zijn voorganger is indien zijn kantoor
zich in de onmiddellijke omgeving bevindt van het kantoor waarvan de erenotaris de
titularis was, en in het bijzonder indien zijn kantoor gevestigd is in hetzelfde
vredegerechtskanton, in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente.
Art. 42
De erenotaris die zijn diensten verleent aan een notaris in functie onthoudt zich ervan
voordeel te halen uit zijn titel of zijn relaties om cli nteel te prospecteren. Bij zijn
prestaties in dienst van de notaris in functie, gebruikt hij geen persoonlijk briefpapier
waarop zijn naam en zijn hoedanigheid van erenotaris worden vermeld.
Hoofdstuk XIII. Bijzondere regels die van toepassing zijn op de kandidaat-notarissen
Art. 43
Een kandidaat-notaris die prestaties verricht voor een notaris in functie, verwittigt deze
laatste tijdig indien hij een einde wil stellen aan zijn medewerking in het kantoor en
dit:
indien hij zich kandidaat stelt voor een vacant kantoor, uiterlijk op het
ogenblik dat hij daarvoor zijn kandidatuur indient overeenkomstig artikel 43, 1, van de
organieke wet van het notariaat;
indien hij overweegt zich te associ ren met een andere notaris in functie,
uiterlijk op het ogenblik van het sluiten van de associatie-overeenkomst bedoeld in
artikel 50, 4, van de organieke wet, onverminderd de naleving van de door de sociale
wetgeving voorgeschreven opzegtermijn.