Notariswet

TITEL IV. - Tucht

Afdeling III. - Tuchtprocedure voor de burgerlijke rechtbank

Art. 108. De procureur des Konings of de kamer van notarissen kunnen een zaak bij de burgerlijke rechtbank aanhangig maken, tenzij deze kamer van notarissen voor dezelfde feiten een tuchtstraf heeft uitgesproken. Bij dagvaarding door de kamer van notarissen, deelt de syndicus dit gelijktijdig mee aan de procureur des Konings.

De dagvaarding om voor de rechtbank te verschijnen heeft tot gevolg dat de zaak aan de kamer van notarissen wordt onttrokken.

Art. 109. De bevoegde rechtbank is die van het rechtsgebied waar het gedagvaarde lid professioneel actief is of laatst is geweest.

Art. 110. § 1. De rechtbank kan de in artikel 96 of artikel 97 bepaalde tuchtstraffen opleggen, behalve in het geval bedoeld in artikel 107, laatste lid.

§ 2. Tegen de beslissing van de burgerlijke rechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij het hof van beroep. Deze beslissingen zijn niet uitvoerbaar bij voorraad.

De rechtbank kan, voor de duur die zij bepaalt, aan de notaris tegen wie zij schorsing of afzetting heeft uitgesproken, een verbod om zijn beroep uit te oefenen opleggen, niettegenstaande hoger beroep. De bepalingen van artikel 112, § 4, zijn van overeenkomstige toepassing.

De rechtbank van eerste aanleg of het hof van beroep kan, op verzoek van de procureur des Konings respectievelijk de procureur-generaal, van de kamer van notarissen of van de betrokkene het verbod op elk ogenblik opheffen.

§ 3. De geschorste notaris moet, voor de duur van de schorsing, de uitoefening van zijn beroep stopzetten. Bij overtreding van deze bepaling zijn de straffen bedoeld onder het tweede lid van deze paragraaf op hem toepasbaar. Tijdens de duur van de schorsing mag hij de algemene vergadering van het genootschap van notarissen niet bijwonen en is hij niet verkiesbaar tot lid van de kamer van notarissen, noch tot vertegenwoordiger van het genootschap - of tot plaatsvervangend vertegenwoordiger - bij de Nationale Kamer van notarissen. Indien de betrokkene reeds tot één van de voormelde functies is verkozen, mag hij gedurende de duur van schorsing deze functie niet uitoefenen en moet er in zijn vervanging worden voorzien.

De notaris die uit zijn ambt is ontzet, moet de uitoefening van zijn beroep stopzetten, zulks op straffe van schadevergoeding en, in voorkomend geval, andere veroordelingen waarin de wet voorziet ten aanzien van openbare ambtenaren die ondanks afzetting hun ambt blijven uitoefenen.

Voorafgaande bepalingen zijn van toepassing vanaf het ogenblik dat de beslissing houdende uitspraak van de tuchtstraf definitief is geworden.

Art. 111. § 1. In geval van afzetting of schorsing voor méér dan vijftien dagen wordt overeenkomstig artikel 64, § 3, eerste lid, onmiddellijk een plaatsvervanger aangewezen.

Duurt de afzetting of de schorsing ten hoogste vijftien dagen, dan kan een plaatvervanger worden aangewezen, op verzoek van hetzij de uit zijn ambt ontzette of geschorste notaris, hetzij de kamer van notarissen, hetzij de procureur des Konings. Naargelang het geval is het advies van de procureur des Konings of van de kamer van notarissen vereist. Indien de betrokkene erom verzoekt, wordt uitspraak gedaan in raadkamer.

§ 2. Indien bij schorsing van een notaris een plaatsvervanger wordt aangewezen, heeft deze het recht op betaling van de door hem gemaakte kosten, alsook op de vergoeding die de voorzitter van de rechtbank na advies te hebben ingewonnen van de kamer van notarissen vaststelt, dit alles op kosten van de vervangen notaris. Het ereloon voor de tijdens de schorsing verleden akten dient om de plaatsvervanger en het kantoorpersoneel te bezoldigen en de algemene kosten te betalen. Het eventuele overschot wordt gestort aan de plaatsvervanger of aan de notarissen die in de plaats van de geschorste notaris hebben geïnstrumenteerd. Het eventuele tekort wordt door de vervangen notaris gedragen.

§ 3. Wanneer een notaris uit zijn ambt is ontzet, heeft de plaatsvervanger recht op het ereloon voor de tijdens de plaatsvervanging verleden akten, waarmee hij de bezoldiging van het kantoorpersoneel en de algemene kosten moet betalen. Het eventuele tekort wordt door de vervangen notaris gedragen.

§ 4. Als de vervangen notaris in hoger beroep wordt vrijgesproken, heeft hij recht op het verschil tussen het ereloon dat de plaatsvervanger heeft ontvangen, na aftrek van de bezoldiging van deze laatste die door de voorzitter van de rechtbank wordt vastgesteld na het advies te hebben ingewonnen van de kamer van notarissen, en de bedragen die tijdens de plaatsvervanging zijn besteed aan de bezoldiging van het kantoorpersoneel en de betaling van de algemene kosten.

 

2747.com / law / notarieel recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht

 

Afdeling III. - Tuchtprocedure voor de burgerlijke rechtbank

Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-10-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999

 

2747.com / law / notarieel recht

contact

Publiekrecht Burgerlijk recht