I.2. Vraag
(1 punt) - Antwoord : Jaak Janssen deelt aan zijn notaris mee dat
zijn ongehuwde broer Jozef onlangs overleden is, zonder ascendenten of
descendenten na te laten. Hij overhandigt aan de notaris een omslag die
het eigenhandig testament van Jozef bevat, en vraagt de neerlegging en
beschrijving hiervan.
Het testament luidt als volgt :
"Ik vermaak
- aan mijn neef Jules Jansssen mijn grond gelegen te Roeselare ;
- aan mijn nicht Amelie Janssen, mijn chalet in Durbuy ;
- aan mijn nicht Isabelle Peters, geboren Janssen, de helft van mijn meubels, namelijk die die van mijn moeder komen ;
- aan mijn tweelingzuster Armelle Deprins, geboren Janssen, de andere
helft van mijn meubels, namelijk die die van mijn vader komen ;
- aan mijn petekind Rafaël Makumba, mijn andere onroerende goederen, dat zijn de landbouwgronden te Lampernisse ;
- aan het petekind van mijn dierbare echtgenote, Rodolf Goetgebuur, al mijn rekeningen bij de Bank van Kortrijk.
Ik draag aan mijn buurman Arthur Devriend op, om
mijn begafenis te regelen en de familiale begraafkelder zo nodig te
herstellen, en ik vermaak hem mijn jachtgeweren en de rest van mijn
bezittingen. Ik vraag hem ervoor te zorgen dat ik gecremeerd wordt.
Ik stel mijn broer Jaak aan als mijn testamentuitvoerder.
Eigenhandig geschreven te Roeselare, op 28 februari 2001.
(volgt de handtekening)"
Welke persoon heeft, voor de uitvoering van het
testament, het recht om aan de rechtbank de inbezitstelling van de
nalatenschap te vragen ? Waarom ?