Notarieel examen 2001

Juist-fout / Ja-nee

II.3. vraag - antwoord : Hierna volgen 4 formules die de betaling vaststellen, in een Belgische notariële akte, van de verkoopprijs van een woonhuis, verkocht mits de prijs van 100.000 Euro :

A.    Welke prijs betaald werd, namelijk ten belope van 12.500 Euro vóór heden langs de boekhouding van ondergetekende notaris, en het saldo, zij 87.500 Euro, bij het verlijden dezer door middel van een cheque nr. 5543-78 op de Fortich Bank.

B.    Welke prijs betaald werd, namelijk ten belope van 20.000 Euro vóór heden en het saldo, zij 80.000 Euro door de koper betaald werd door middel van een overschrijving van zijn rekening 000-0645333-33 op de rekening van ondergetekende notaris. Ondergetekende notaris heeft aan ieder van de verkopers zijn aandeel in de verkoopprijs overgemaakt door middel van cheques getrokken op de Bank PlusX.

C.    Welke prijs betaald werd, te weten 20.000 Euro vóór het verlijden dezer, en het saldo door middel van een financiering door de StarBank waarvoor heden door ondergetekende notaris een hypothecaire lening werd verleden, en waarvan het bedrag door gemelde bank op de bankrekening van ondergetekende notaris voor rekening van de koper werd overgeschreven.

D.    Welke prijs vóór heden werd betaald door overschrijving op rekening van de verkoper door de koper per debet van zijn bankrekening bij de FlotjesBank. Waarover volle en definitieve kwijting, dubbel gebruik makend met alle andere.

    Eén enkel van deze formules is fout. Dewelke en waarom ?