Notarieel examen 2001

Juist-fout / Ja-nee

II.8. vraag - antwoord : Het verlijden van een notariële voor twee notarissen is één van de vereisten om authenticiteit te verlenen aan :

A.    alle plechtige akten

B.    de akten waarbij één der comparanten, partij in de akte, niet kan tekenen ingevolge een lichamelijk gebrek, of blind of doofstom is, alsook in de authentieke testamenten

C.    de notariële testamenten (authentieke of internationale testamenten) en de akten waarvoor deze verplichting is opgelegd omwille van een fysieke onbekwaamheid van een comparant, partij in de akte (blind, doofstom, of die niet in staat is te ondertekenen of niet kan ondertekenen)

D.    de akten waarbij één of meer comparanten de taal van de akte niet verstaan

Eén enkele van deze beweringen is juist. Dewelke en waarom ?