Notarieel examen 2001

Meerkeuzevragen

V.14. vraag - antwoord: In de juridische betekenis van het woord beoogt de formaliteit van de apostille

A.    een soort van bevestiging van de handtekening die betrekking heeft op de parafen of handtekeningen van onderhandse akten.

B.    het aanbrengen van een officiële zegel waardoor een Belgische rechter bevestigt dat een buitenlandse notariële akte, die met dat zegel bekleed is, van de verbindende kracht in België geniet.

C.    een formule opgelegd door een internationale overeenkomst om de echtheid te bevestigen van handtekeningen van openbare akten verleden in een van de Staten die de overeenkomst ondertekend hebben.

D.    een visa door de Administratie van het kadaster aangebracht op de documen-ten die bestemd zijn voor een notaris die belast is met het verlijden van een akte die betrekking heeft op een in België gelegen onroerend goed.