I.8. Vraag - antwoord : Achiel Van Achter, een rijke en ongehuwde grondeigenaar, is overleden te
Veurne op 28 februari laatsleden. Vier dagen later begeven zijn drie
neven en nicht, Arnold, Anton en Anna, zijn enige wettige erfgenamen,
zich naar het kantoor van notaris Philippe Schicks, met standplaats te
Koksijde, voor de voorlezing van het testament van hun oom. Mr Schicks
licht hen in over de testamentaire beschikkingen van de overledene.
Achiel Van Achter stelt er zijn nicht Anna als algemeen legataris aan
voor alle goederen die deel uitmaken van zijn nalatenschap; voorts laat
hij zijn katten na aan Arnold en zijn parkieten aan Anton… Nadat
de neven het kantoor verlaten hebben met slaande deuren, overhandigt de
notaris aan Anna een expeditie van het testament die hij voor haar had
klaargemaakt.
Gisteren kwam Arnold Van Achter bij de notaris en vroeg vriendelijk of
hij de handtekening van zijn oom mocht nakijken. Mr Schicks, ontstemd
maar toch inschikkelijk, vroeg zijn secretaresse de minuut van de akte
te gaan halen. Op het ogenblik dat de secretaresse het testament wil
overhandigen, rukt Arnold het uit haar handen en scheurt het in vier
stukken. Aan de verbouwereerde notaris en secretaresse verklaart hij
vervolgens : “Nu is er geen testament meer! Ik eis mijn wettelijk
deel : één derde van het vermogen van Nonkel
Achiel!”
Mr Schiks vraagt U vandaag wat hij in dergelijk geval mag en wat hij
niet mag doen, om deze zaak te regelen. Wat zou U hem antwoorden?
A. Wat hij mag doen :