Notarieel examen 2002

Meerkeuzevragen

IV.1. Vraag - antwoord: Jan Plezier heeft beslist een handgifte te doen van 5 miljoen BEF aan elk van zijn twee kinderen de dag dat zij meerderjarig worden. De eerste, Prosper, ontvangt deze som op 22 december 1989 en de tweede, Carmen, op 25 juli 1999. De twee kinderen hebben een ontvangstbewijs getekend, gedateerd en met de vermelding “ gelezen en goedgekeurd ”. Het ontvangstbewijs is als volgt opgesteld : “ Ik erken vandaag ontvangen te hebben van mijn vader het bedrag van 5.000.000 BEF, als voorschot op de erfenis van vaderszijde”.
De vader overlijdt op 7 februari 2002. De notaris Pol Caburras, met standplaats te Gent, die belast is met de afhandeling van de nalatenschap moet Prosper en Carmen inlichten over hun respectieve rechten in de nalatenschap van de vader. Wat moet hij hen melden in verband met de voorvermelde handgiften ?

A. Er zou geen enkele rekening gehouden worden met het feit dat Prosper de schenking tien jaar voor zijn zuster Carmen heeft gekregen.

B. Prosper en Carmen moeten elk de intrest, aan de wettelijke rentevoet, berekend vanaf de datum van de handgifte waarvan zij genoten hebben, inbrengen in de te verdelen massa van hun vaders erfenis.

C. Prosper zou aan Carmen een intrest aan de wettelijke rentevoet moeten betalen op het bedrag van 5 miljoen voor de periode begrepen tussen 22 december 1989 en 25 juli 1999.

D. Prosper zal aan Carmen een intrest aan de wettelijke rentevoet moeten betalen berekend voor de periode begrepen tussen 22 december 1989 en 25 juli 1999, op de helft van het bedrag van 5 miljoen BEF dat hij gekregen heeft.