Notarieel examen 2002

Meerkeuzevragen

IV.24. Vraag - antwoord: Morris Raveel wenst aan Steven Sterk een huis te verkopen gelegen in de Tuchtstraat 13, te Schaarbeek. Bij nalezing van de hypothecaire staat gehecht aan het ontwerp van de verkoopakte, opgesteld door notaris René Grosse met standplaats te Schaarbeek, stelt Steven Sterk vast dat het goed bezwaard is ten behoeve van de bank Krap, Bey & Cas (KBC), ten belope van een bedrag van 21.000 euro tot zekerheid van een kredietopening die op 22 mei 1998 werd vastgesteld door notaris Luc Vertongeren te Jette. Steven Sterk eist van de verkoper dat hij naar de KBC zou schrijven om toelatingte vragen om het goed te verkopen.
Kies tussen de vier formuleringen hierna, deze welke het meeste juridische zekerheid biedt
aan de notaris belast met het verlijden van de verkoopakte.

A. “Morris Raveel is aan de KBC op datum van 28 februari 2002 de som verschuldigd van 10.000 euro en - onder voorbehoud van een eventuele verhoging van de schuld - verbinden wij ons ertoe , mits storting van deze som, handlichting te geven van de hypotheek ten onze gunste”.

B. “Morris Raveel moet op datum van 28 februari 2002 een bedrag van 10.000 euro, daarnaast
zijn er borgstellingen voor diverse commerciële en fiduciaire verbintenissen namens Morris Rabeel mits storting van een som van 10.000 euro zullen wij niettemin handlichting geven van de hypotheek “.

C. “We delen U mede dat de schuld van Morris Raveel volledig is terugbetaald en dat hij indien hij wenst op heden een einde kan stellen aan het krediet dat we hem hebben toegestaan, en de schrapping kan vorderen van de hypotheek”.

D. “We hebben in onze boeken geen vermelding teruggevonden van een schuld op naam van de heer Morris Raveel. Wij kunnen U niet meer informatie geven maar bij ons weten is Morris Raveel geen schuldenaar ten opzichte van onze bank”.