Notarieel examen 2003

Open vragen


I.8. Vraag - antwoord:

Mter Johannes Bols, te Oudenaarde, wordt gelast met het opstellen van de akte
houdende de voorafgaande overeenkomsten inzake echtscheiding met onderlinge
toestemming tussen de echtgenoten Geert Degroote en Kim Dekleine. Partijen komen
overeen dat hun gemeenschappelijke gezinswoning toebedeeld wordt aan de vrouw,
mits betaling van een opleg gelijk aan de helft van de waarde van het huis, op basis van
een schatting te verrichten door de notaris.
De notaris deelt zijn schatting mee aan de partijen. De man vindt zijn schatting te
laag en doet beroep op een landmeter-expert, die het huis 50 000,00 EUR hoger schat.
De vrouw vindt zijn schatting te hoog, doet eveneens een beroep op een eigen
deskundige, die het huis 25 000,00 EUR lager schat dan de notaris.
Notaris Bols bemiddelt, en na lange discussies, komen partijen overeen op een
waarde die 20 000 EUR hoger is dan zijn initiële schatting. Hij maakt zijn ontwerp van
akte op en last er de “onpartijdigheidsclausule” in, voorzien door art. 9 §1 van de Wet
op het notarisambt. De partijen worden uitgenodigd voor de ondertekening van de akte.
Na voorlezing van de akte vraagt de man aan de notaris deze clausule in de akte te
schrappen. Hij verklaart dat hij de notaris partijdig vindt, doch wil de ondertekening
van de akte niet uitstellen. De notaris schrapt , op zijn verzoek, de clausule en verlijdt
de akte. Na overschrijving van het echtscheidingsvonnis dient de man klacht in tegen de
notaris bij de Provinciale Kamer, wegens miskenning van zijn onpartijdigheidsplicht.
Mocht U voorzitter van de Kamer zijn, welke zou uw oordeel zijn over de
handelswijze van de notaris? Motiveer uw antwoord.