Notarieel examen 2003

Consultaties-Clausules

III.2. Mr en Mw De Lente–Winters, beiden op brugpensioen, hebben drie lieve meerderjarige
dochters, met dewelke zij de beste verstandhouding hebben, allen van Belgische
nationaliteit en wonende in België.
Hun spaarcenten hebben zij in vastgoed geïnvesteerd: hun gezinswoning te Zottegem,
een appartement te Blankenberge en een hoevetje niet ver van Dinant. Deze drie
goederen blijken thans ongeveer dezelfde waarde te hebben. Na beraad met hun dochters
wensen zij deze goederen te schenken, toe te bedelen of te legateren aan hun dochters,
met name hun woning aan hun oudste dochter Lieve, het appartement aan de jongste
Therese, en het hoevetje aan Francine.
Zij komen raad vragen aan hun notaris, hoe zij dit nu reeds zouden kunnen vastleggen,
daar zij vrezen dat de familiale verstandhouding na hun dood misschien in gevaar
zou kunnen komen door de inmenging van de schoonzonen. Het is niet onbelangrijk
te weten dat de ouders geen huwelijkscontract hebben gesloten, dat zijn hun stelstel
niet gewijzigd hebben en dat de ouders samen of de langstlevende onder hen, tot hun
laatste dag, het vruchtgebruik van die goederen wensen te behouden.
Welke oplossingen, zou U, als notaris, voorstellen, met in het kort de voor- en nadelen
van elke oplossing (zowel op burgerlijk vlak als op het vlak van de kosten) :
1. in het geval dat de ouders er niet voor terugschrikken onmiddellijk registratierechten
(schenkingsrechten) en aktekosten te betalen ?
2. in het geval noch zij, noch hun dochters over financiële reserves beschikken, en dus
ook niet wensen registratierechten en aktekosten te betalen ?