Notarieel examen 2003

Consultaties-Clausules

III.6. Jef Van Ommezele, kaderlid van een multinational, is al 35 jaar gehuwd met
Emma Troost, zonder huwelijkscontract. Bij zijn opruststelling, op 2 januari 2000, geniet
hij van een zeer degelijke groepsverzekering, die door zijn werkgever werd onderschreven
en die hij kan opnemen, hetzij onder de vorm van een netto-kapitaal van 600.000,00 euro, hetzij onder de vorm van een maandelijkse rente (geïndexeerd) van 3.000,00 euro. De heer Van Ommezele, heeft gekozen voor het verzekerd kapitaal van 600.000,00 euro, en heeft dit bedrag geplaatst op een effectenrekening bij zijn bank (60% in aandelen of beveks en 40% in obligaties).

De advocaat van Jef houdt staande dat deze portefeuille een eigen goed uitmaakt
omdat de premies uitsluitend betaald werden door zijn vroegere werkgever; dat dit kapitaal
moet gelijkgesteld worden met een bijkomend pensioen en dat dientengevolge het
recht op een pensioen of soortgelijke uitkering dat een der echtgenoten bezit, hem eigen
is (art 1401, 4. BW). Daarentegen beweert de advocaat van Emma dat het groepsverzekeringskapitaal moet beschouwd worden als vergoeding die het beroepsinkomen vervangt of aanvult en dus deel uitmaakt van het gemeenschappelijk vermogen (art.1405, 1. BW).

Beide argumenten worden aan notaris Stress meegedeeld, met verzoek deze in het
proces-verbaal van zwarigheden op te nemen. De notaris zal een persoonlijk standpunt
moeten innemen en dit standpunt moeten staven, alvorens de zaak naar de rechtbank te
verwijzen. Hou zou hij dit, naar uw mening, moeten doen ?