Notarieel examen 2004

Open vragen

I.7. Vraag - antwoord :

De echtgenoten Robert Bertin en Nadine Lambert, gehuwd onder het stelsel van de scheiding van goederen, zijn onverdeelde eigenaars van een huis te Ukkel. Zij wensen deze eigendom openbaar te verkopen en gelasten notaris Kwispel, te Brussel, met de verkoop. De notaris geeft opdracht aan G. Goedgezien, vastgoed-deskundige, het goed te schatten. In zijn verslag merkt de deskundige op dat het huis aangetast is door huiszwam (merulius) en dat het hierdoor niet meer waard is dan 25.000 EUR. De notaris maakt dit verslag over aan de cliënten, maakt zijn lastenkohier op en last er volgende clausule in, na beraad en met het akkoord van de verkopers, zonder melding te maken van de huiszwam :
“Het goed wordt verkocht in de staat waarin het zich bevindt op de dag van de definitieve toewijzing, zonder enige waarborg betreffende de staat van de grond of ondergrond, noch van de gebouwen, zonder waarborg betreffende zichtbare of verborgen gebreken, en in het bijzonder deze voortvloeiende uit artikelen 1641 en 1643 van het Burgerlijk Wetboek, zonder tussenkomst van de verkopers noch verhaal tegen hen.
Op de zitdag van de verkoping wordt het goed toegewezen voor de hoogst geboden prijs van 45.000,00 EUR. Enkele weken daarna stelt de koper vast dat het huis zwaar aangetast is door de huiszwam en komt zijn beklag doen bij de notaris.

Welk verhaal heeft de koper tegen de verkoper ?

Kan de verantwoordelijkheid van de notaris in het gedrang komen ?